Finance

In welke Europese landen betalen werknemers het meest aan loonbelasting en premies?

In welke Europese landen betalen werknemers het meest aan loonbelasting en premies? Beeld: gegenereerd met Google Gemini. In welke Europese landen betalen werknemers het meest aan loonbelasting en premies? Beeld: gegenereerd met Google Gemini.
In welke Europese landen betalen werknemers het meest aan loonbelasting en premies? Beeld: gegenereerd met Google Gemini.
Leestijd 3 minuten

Terwijl de kosten van levensonderhoud stijgen, rijst steeds vaker de vraag: wie draagt de zwaarste lasten? Het rapport van BestBrokers analyseerde data van de OESO en de Tax Foundation om niet alleen te kijken naar de tarieven voor topinkomens, maar vooral naar wat de gemiddelde werknemer daadwerkelijk kwijt is aan inkomstenbelasting en sociale premies.

De harde cijfers: wie betaalt wat?

Het meest opvallende uit het onderzoek is het verschil in belastingdruk voor iemand met een modaal inkomen. Hieronder vind je de lijst met landen waar werknemers het grootste en het kleinste deel van hun bruto-inkomen moeten afdragen.

De zwaarste belastingdruk (Gemiddeld inkomen)

In deze landen vloeit het grootste deel van het salaris direct naar de staatskas via inkomstenbelasting en werknemersbijdragen voor sociale zekerheid:

  1. 1.

    België: 39,7 procent (De absolute koploper. Hiervan is 25,7 procent inkomstenbelasting en 14 procent sociale zekerheid).

  2. 2.

    Litouwen: 38,2 procent

  3. 3.

    Duitsland: 37,4 procent (Vooral gedreven door hoge sociale premies, die meer dan 20 procent bedragen).

  4. 4.

    Denemarken: 35,7 procent

  5. 5.

    Slovenië: 35,6 procent

  6. 6.

    Hongarije: 33,5 procent

De laagste belastingdruk (Gemiddeld inkomen)

Aan de andere kant van het spectrum staan landen waar werknemers aanzienlijk meer van hun bruto-loon zelf mogen houden:

  1. 1.

    Zwitserland: 18,0 procent

  2. 2.

    Estland: 20,5 procent

  3. 3.

    Tsjechië: 21,0 procent

  4. 4.

    Verenigd Koninkrijk: 21,4 procent

  5. 5.

    Spanje: 22,5 procent

Lees ook: Loonsverhoging 2026: waarom het netto rendement op je salarisgroei tegenvalt (en waar het lek zit)

Het verschil tussen 'Top-tarieven' en de werkelijkheid

Een belangrijk inzicht uit het rapport is dat de krantenkoppen over ‘toptarieven’ vaak een vertekend beeld geven. Landen als Frankrijk en Oostenrijk hebben torenhoge marginale tarieven voor de allerrijksten (boven de 55%), maar dat zegt weinig over de gemiddelde burger.

Spanje is een goed voorbeeld van dit contrast: het heeft een hoog toptarief voor grootverdieners maar de gemiddelde werknemer betaalt slechts 22,5 procent aan belasting en premies dankzij ruime vrijstellingen.

Hongarije laat het omgekeerde zien: het lijkt een belastingparadijs met een inkomstenbelasting van slechts 15 procent, maar door de hoge sociale bijdragen (18,5%) betaalt de gewone werknemer uiteindelijk toch een flink deel van zijn loon (totaal 33,5%).

Trends van de afgelopen 5 jaar

Is de belastingdruk gestegen sinds 2020? Het beeld is wisselend:

Stijgers: In Estland steeg de belastingdruk voor de gemiddelde werknemer het hardst (+4,9 procentpunt), gevolgd door Luxemburg en Ierland. Ook in Spanje werd het toptarief voor grootverdieners fors verhoogd (+10 procentpunt).

Dalers: In Tsjechië daalde de druk op de gemiddelde werknemer het meest (-3,9 procentpunt). Ook in Duitsland, Nederland en het VK zagen werknemers een lichte daling in de totale afdrachten ten opzichte van vijf jaar geleden.

Lees ook: Hoger wettelijk minimumloon en gedragscode: dit zijn in 2026 nieuwe wetten en regels voor het bedrijfsleven

Hoe zit het met Nederland?

Nederland staat niet in dit rapport in de top 5 van zwaarst belaste landen, integendeel er juist een positieve trend te zien voor de Nederlandse werknemer.

Uit de data blijkt dat Nederland behoort tot de groep landen waar de belastingdruk voor de gemiddelde werknemer de afgelopen vijf jaar is gedaald. Terwijl de lasten in veel andere landen stegen, zag de gemiddelde werknemer in Nederland de totale afdracht (inkomstenbelasting plus premies) met 1,5 procentpunt dalen sinds 2020. Hiermee volgt Nederland een vergelijkbare trend als Duitsland (ook -1,5%) en Zweden (-1,6%).

Wat betreft de rijkste inkomens is het beeld stabiel: in tegenstelling tot Spanje, dat de toptarieven fors verhoogde, of Griekenland dat ze verlaagde, heeft de Nederlandse overheid de toptarieven voor de hoogste inkomens de afgelopen vijf jaar nauwelijks gewijzigd.

Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: