Dat je onderaan de streep minder van je loonsverhoging overhoudt dan gedacht, heeft vaak meerdere oorzaken. De meest simpele: bij een bruto stijging gaan ook inhoudingen mee omhoog. Denk aan de loonheffing en aan je eigen pensioenbijdrage, die vaak een percentage van je brutoloon bedraagt, schrijft AD.nl.
Maar vaak speelt er nog iets anders: Nederland zit vol regelingen die van je inkomen afhangen. „Als je meer salaris krijgt, dan kan het zomaar zijn dat je ergens anders iets moet inleveren”, zegt Arnts.
Zo lees je je loonstrook: dit zijn de posten die ertoe doen
Een loonstrook kan voelen als abracadabra, juist omdat er veel regels en moeilijke termen op staan. Arnts: „De basis is vaak hetzelfde bij iedereen. Je begint met je brutoloon. Daarna volgen de inhoudingen als je loonheffing en je eigen pensioenbijdrage. Wat vervolgens overblijft, is je nettoloon: het bedrag dat op je rekening komt te staan.”
Daarnaast staan er ook vaak premies op de strook. Oosterman: „Werkgevers regelen bijvoorbeeld verzekeringen rondom arbeidsongeschiktheid of overlijden (zoals WIA- en ANW-premies, red.), en die staan dan als aparte regels op je loonstrook. En heb je een auto van de zaak? Dan kan bijtelling opduiken. Dat telt mee als inkomen en kan dus ook doorwerken in je belastingen en toeslagen.”
Lees ook - Dit is de Top 3: welke banen maken kans op meer salaris in 2026?
Wat is de loonheffing?
De loonheffing die je werkgever inhoudt, is in feite een voorheffing op je inkomstenbelasting. Het bedrag wordt bepaald aan de hand van tabellen, zodat je aan het eind van het jaar niet veel belasting hoeft bij te betalen of terugkrijgt als je situatie ‘standaard’ is.
Oosterman: „Maar jouw werkgever kent niet alle persoonlijke details. Denk aan aftrekposten zoals de hypotheekrente. Je werkgever houdt daar geen rekening mee, omdat die aftrekposten voor iedereen anders zijn. Daardoor kun je bij je aangifte later geld terugkrijgen, omdat gedurende het jaar te veel is ingehouden.”
Arbeidskorting is een beloning
Dan is er nog de arbeidskorting. Arnts: „Dat is een belastingkorting omdat je werkt, een soort beloning voor arbeid. Bij lage tot middeninkomens loopt die korting eerst op. Rond het middeninkomen is de arbeidskorting maximaal. Verdien je meer, dan wordt de arbeidskorting afgebouwd: je krijgt per extra euro salaris minder korting. Dat voelt voor veel mensen alsof ze ineens extra belasting betalen, maar technisch gezien krijg je vooral minder korting.”
Oosterman: „Die afbouw van de arbeidskorting kan dus betekenen dat je misschien bruto meer gaat verdienen, maar er netto niet heel veel meer bij zult krijgen.”
Toeslagen: hier gaat het vaak mis
De grootste verrassing zit volgens Oosterman vaak in toeslagen, omdat die inkomensafhankelijk zijn. „Denk aan zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. Ga je meer verdienen, dan worden toeslagen meestal afgebouwd. Dit merk je niet aan je netto salaris, maar wel aan wat je netto maandelijks te besteden hebt.”
Het kan dus gebeuren dat je salaris bruto 100 euro per maand stijgt, maar dat je er door dalende toeslagen toch maar een paar tientjes op vooruitgaat. Arnts: „Dat heet ‘marginale druk’: het percentage van je extra inkomen dat verdwijnt door belasting en het wegvallen van inkomensafhankelijke toeslagen. Daarnaast krijg je toeslagen vaak als voorschot, gebaseerd op een geschat jaarinkomen. Pas later wordt definitief gekeken wat je echt verdiende. Geef je je loonsverhoging niet zelf door, dan kun je te veel toeslag ontvangen en dat later terug moeten betalen.”
Arnts is hier heel duidelijk over. „Pas je inkomen meteen aan zodra je salaris verandert. Daardoor voorkom je onverwachte terugbetalingen en krijg je meteen een realistischer beeld van je maandelijkse budget. Daarmee voorkom je bovendien naheffingen terwijl je de toeslagen misschien al hebt uitgegeven.”
In welke salarisrange houd je relatief het minst over?
„Voor iedereen geldt een andere situatie”, zegt Arnts. „Heb je wel of geen jonge kinderen? Woon je in een koop- of een huurwoning? Welke toeslagen krijg je? Daarom is het belangrijk dat je goed kijkt naar je eigen situatie. Wel zie je bij middeninkomens rond de 3200 euro vaker een hoge marginale druk. Dat verklaart ook waarom mensen soms zeggen: ik ga geen dag extra werken, want ik houd er nauwelijks iets aan over aan het einde van de maand.”
Sta je aan de vooravond van een loonsverhoging, andere uren of bijvoorbeeld een leaseauto? Dan raadt Arnts werknemers aan om een pro-formaloonstrook op te vragen. Dat is een proefberekening die de hr-afdeling van je bedrijf kan maken. „Zo kun je zelf eenvoudig zien wat een eventuele loonsverhoging voor jou gaat betekenen. Belangrijk is wel om te weten dat de gevolgen van je toeslagen niet op een pro-formaberekening staan.” Oosterman: „Heb je geen hr-afdeling in je bedrijf? Met online rekentools zoals berekenhet.nl kun je zelf een salarisstrook nabootsen, zodat je alvast ziet wat er onderaan de streep overblijft.”
Slimme trucs
Als je merkt dat je in een ‘dure’ zone zit waarin toeslagen hard dalen, dan kan het volgens Arnts slim zijn om met hr of je leidinggevende te praten over andere afspraken dan een loonsverhoging. „Zoals meer verlof in plaats van geld, of dat je een opleiding mag volgen op kosten van je werkgever zodat je later misschien een grotere sprong in salaris kunt maken.’’ Een andere optie is om extra geld in te leggen voor je pensioen. Door bijvoorbeeld te gaan pensioensparen of -beleggen, omdat je dit mag aftrekken bij de inkomstenbelasting, terwijl je ook nog eens meer pensioen opbouwt.
Benieuwd wat je overhoudt van een loonsverhoging? In onderstaande tabel zie je een voorbeeldberekening voor een loon van 32.000 euro bruto.