Expertblogs

‘Wie de AI-race wint is volstrekt niet interessant: het is namelijk geen race’

'Wie de AI-race wint is volstrekt niet interessant. Het is namelijk geen race', vindt Martijn Aslander.
'Wie de AI-race wint is volstrekt niet interessant. Het is namelijk geen race', vindt Martijn Aslander.Gemini/AI
Leestijd 9 minuten
Over de Expert:
martijn aslander
Martijn Aslander
Spreker, technologie-filosoof en oprichter van Digitale Fitheid

Dat dit me lukte had, tot mijn eigen verbazing, niets te maken met mijn technische skills. Die zijn nog steeds niet erg ontwikkeld. Het had alles te maken met hoe ik het afgelopen jaar fundamenteel anders naar informatie ben gaan kijken. En dat blijkt de crux te zijn tussen of iets snel, robuust en makkelijk gaat of duur, complex en onbetrouwbaar.

We praten de hele dag over AI. Maar wat we eigenlijk nodig hebben is IA: informatiearchitectuur. Als je deze twee letters omdraait, weet je gelijk waar je naar moet kijken. Het is een verschil van dag en nacht.

De mythe van de AI-wedloop

We hebben ons laten verblinden door de Shiny New Thing. Terwijl de oplossing al die tijd in de rekenkracht van onze eigen computer zat, en daarvoor hoefden we niet eens een nieuw programma te installeren.

De oplossing lag al die tijd voor mijn neus. Zonder budget, duurdere computers of nieuwe software.

We besteden werk aan AI uit waar mensen en computers veel beter in zijn

Martijn Aslander

Mensen zijn het sterkst waar de wereld nieuw, ambigu en onvoorspelbaar is. Waar context schaars is, waar de vraag zelf nog niet bestaat, waar je op basis van een half signaal moet aanvoelen wat er eigenlijk speelt.

De filosoof Michael Polanyi noemde dat stilzwijgende kennis: we weten meer dan we kunnen vertellen. Dat is precies de vaardigheid die de rest mogelijk maakt. Dus niet technische kennis, maar het vermogen om te zien wat het eigenlijke probleem is, nog voordat iemand het heeft omschreven.

Computers zijn het sterkst in het omgekeerde daarvan. Snel rekenen met veel data, stabiele patronen en exacte herhaling. Geef een computer een goed geformuleerde vraag en hij voert hem uit, razendsnel, foutloos en altijd met hetzelfde resultaat. Een technisch wonder.

Lees ook de expertblog van Aragorn Meulendijks - ‘AI sloopt kenniseconomie, diploma is een officiële risicofactor’

Waar ik na een paar duizend uur intensief met AI werken van overtuigd ben: robuust, betrouwbaar en repliceerbaar rekenwerk laat je lokaal op je computer doen. De mens is daar veel te traag voor. En AI is veel te onbetrouwbaar. Maar dat lukt alleen als de informatie in het juiste bestandsformaat staat. Direct computeruitleesbaar, en niet afhankelijk van software, waarbij het niet uitmaakt of het open source of een gesloten formaat is.

In organisaties denken de meeste medewerkers daar niet over na. Ze gooien werk over de schutting van AI zonder te weten of de uitkomst klopt en zonder te begrijpen dat een computer hetzelfde werk betrouwbaarder had gedaan als de informatie gewoon in het juiste formaat had gestaan.

En als je de output van AI vervolgens niet gestructureerd bewaart in een formaat dat leesbaar blijft, leer je er ook niets van. De meesten hebben geen manier om alles wat ze AI laten doen slim te bewaren en ervan te leren. Je doet volgende week hetzelfde als vorige week, zonder slim te onthouden wat je nou geleerd hebt.

Het gedachtegoed uit de jaren tachtig is actueler dan de afleidende AI-discussie van vandaag

Martijn Aslander

Ondertussen zijn steeds meer overheidsorganisaties bezig met het uitrollen van de LLM-tool van hun favoriete leverancier, Microsoft, zonder te beseffen dat ze daarmee structureel minder in staat worden om verantwoording af te leggen over hun eigen besluiten. Het redeneerpad van een LLM als Copilot bestaat namelijk domweg niet. Je krijgt uitkomsten maar geen bewijsspoor, en een uitkomst die je nooit kunt herleiden is in een rechtsstaat een serieus probleem.

In die vier maanden deed ik niets anders dan de rollen scheiden. Ik stelde duizenden vragen, want nieuwsgierigheid en het stellen van de juiste vraag is een vaardigheid die ik door de jaren heen goed heb ontwikkeld. Waarna de code op mijn computer het echte werk deed, lokaal. En alles wat ik bouwde bleef leesbaar, doorzoekbaar en van mij. Mijn kennisbank en database worden per dag slimmer door alle nieuwe verbindingen die ik eraan toevoeg. Daarmee wordt mijn afhankelijkheid van AI stap voor stap steeds kleiner en neemt mijn slagkracht ongekend toe. Dat is een heel andere manier van AI slim gebruiken dan de meeste mensen doen.

Lees ook - Wat AI niet kan namaken: communities

Waarom er helemaal geen finishlijn is

De AI-race is op dit moment het grootste collectieve spektakel in de wereld van technologie, organisaties en beleid. Miljarden worden gepompt in rekencentra, stilgelegde energiecentrales worden opnieuw opgestart, en geen directiepresentatie is compleet zonder een slide over de AI-strategie.

De belangrijkste vraag hierover werd al in de jaren tachtig gesteld. Unix-ontwikkelaars formuleerden het als ontwerpprincipe: schrijf programma's die platte tekst verwerken, want platte tekst is de enige taal die elke computer zonder uitzondering begrijpt, ongeacht het besturingssysteem, de software of het jaar waarin het bestand is gemaakt. Databasepionier Edgar Codd bewees het met zijn normaalvormen: sla informatie zo op dat een computer hem direct kan bevragen, zonder tussenkomst van een presentatielaag. Die inzichten gelden tot op de dag van vandaag. Ze zijn de motoren onder veel dingen die wel werken. Minder sexy, maar vele malen spectaculairder dan AI.

Terwijl iedereen nu vraagt welk AI-model ze moeten kiezen, stelt vrijwel niemand de vraag die er al veertig jaar ligt: in welk formaat staat onze informatie eigenlijk?

De valkuil van blinde adoptie

LLM’s zijn gokmachines, in tegenstelling tot je eigen computer.

De media staan vol met de gevaren van AI. Het hallucineert, de output is onbetrouwbaar met onvoorspelbare resultaten. Die zorgen zijn meer dan terecht. AI is in de kern een gokmachine, met als superkracht die tevens haar zwakte is dat ze uitermate kundig is in taal. Zo overtuigend, dat de meeste mensen stoppen met nadenken.

Daarbij zien we iets fundamenteels over het hoofd. We hebben al ongelooflijk betrouwbare rekenmachines in huis, namelijk onze eigen computers en smartphones. Die hallucineren niet, maken geen fouten mits het ontwerp klopt en hebben geen datacenters aan de andere kant van de oceaan of in onze polders nodig. Ze leveren altijd exact hetzelfde resultaat, mits je ze de juiste informatie geeft.

Lees ook - Malta geeft burgers gratis ChatGPT: volgens deze AI-ethicus moeten we dat in Nederland vooral niet willen

En daar zit het probleem. Want vrijwel alle informatie in organisaties staat opgeslagen in Word-documenten en PDF's. Dat zijn binaire formaten, in de kern ontworpen als printerinstructies die beschrijven hoe een pagina er op papier uit moet zien, en dat is iets heel anders dan informatie die een computer direct kan lezen en bevragen. Een computer kan razendsnel omgaan met platte, leesbare tekst. Geef hem een bestand in zo’n open formaat en hij begrijpt direct wat erin staat. Geef hem een PDF en hij moet eerst uitpakken, decoderen en interpreteren, en hopen dat de software die dat doet nog werkt en klopt.

Docx en PDF horen niet bij de formaten waar computers het best in zijn. En toch slaan we er vrijwel alles in op.

Een scepticus zou zeggen: AI kan die formaten toch lezen? Dat klopt inderdaad. Maar niet foutloos, niet in bulk en al helemaal niet controleerbaar. Bij twee miljoen records levert een foutmarge van 1 procent al 20.000 fouten op.

‘We negeerden een wijze Unix-les uit de jaren tachtig’

Er is intussen een bedrijfstak van miljarden ontstaan die niets anders doet dan informatie uit binaire formaten bevrijden, zodat AI er iets mee kan doen. We bouwen steeds geavanceerdere en duurdere systemen om een probleem op te lossen dat we zelf hebben gecreëerd door dertig jaar lang in de verkeerde formaten op te slaan. En we gaan hier tot op de dag van vandaag gewoon mee door. Dat betekent dat we steeds meer rommel maken die we later ook weer moeten opruimen..

We rijden met een bulldozer een huis binnen waarvan we de sleutel gewoon hebben. Te duur, te bruut en met onvoorspelbare gevolgen. Terwijl de elegante oplossing al die tijd in onze zak zat.

De AI-race gaat in essentie over wie de grootste bulldozer heeft, brute rekenkracht om door muren van slecht gestructureerde informatie heen te beuken.

Informatieautonomie gaat over de sleutel. Als je informatie van meet af aan in een formaat opslaat dat een computer direct kan lezen, heb je die bulldozer gewoon niet nodig. De rekenkracht draait lokaal, op je eigen machine. De informatie blijft van jou. Het gaat niet alleen vele malen sneller, het is ook veiliger, betrouwbaarder en nog gratis ook.

Niet de tech, maar de menselijke fitheid bepaalt het succes

Joost Plattel, een van de slimste geeks met wie ik al heel lang mag werken, liet dit zien tijdens de Pilot Informatieautonomie. Hij maakte in twintig minuten een volledig overzicht van alle openstaande Woo-verzoeken van een organisatie: wie had ze ingediend, wanneer, hoe lang ze al wachtten en in welk stadium ze zaten. Met een script, op zijn eigen laptop, op machineleesbare data.

Het UWV worstelde al jaren met het ontbreken van een handig actueel overzicht van alle openstaande Woo-verzoeken en de fase waarin ze zich bevinden. De informatie was er wel, maar zat opgesloten in formaten die een computer niet direct kon lezen. Het maken van zulke overzichten was handwerk dat uren en soms dagen duurde en doorgaans achterhaald was op het moment dat het klaar was. Die twintig minuten durende interventie bespaart een godsvermogen aan onnodige kosten van een dure jurist. Omdat je nu precies weet wanneer je moet ingrijpen voordat het duur wordt bij het niet reageren op een Woo-verzoek.

Agentic AI Masterclass: na drie avonden met Martijn Aslander kijk ook jij anders naar AI

Iedereen praat over AI, maar de meesten gebruiken het verkeerd. Waarom? Omdat traditionele AI stukloopt op ongestructureerde Word-documenten en pdf’s, wat leidt tot hallucinaties en fouten. In drie BusinessWise-meetings laat Martijn Aslander zien hoe het wél moet: beperkt aantal plekken, meld je snel aan!

Met AI had dit weinig van doen. De AI genereerde de code, maar de computer deed het werk. En dat kon pas nadat de informatie in het juiste formaat stond. Computeruitleesbaar.

Het missen van de juiste afslag is helemaal niet erg. Maar dan moet je wel omkeren.

De kracht van AI is ontegenzeglijk geweldig. Ik profiteer er dagelijks van. Wat ik organisaties gun is dat ze gaan snappen wat ze met AI moeten doen en wat ze juist met hun eigen computers moeten doen. Die computers zijn er al, die heb je al betaald. De echte kracht zit niet in AI, maar in je eigen machines en in hoe je je informatie organiseert.

In een interview zei Arre Zuurmond, voormalig rijkscommissaris informatiehuishouding, dat we ergens in de jaren tachtig een verkeerde afslag hebben genomen bij de overheid. We hebben papieren processen vervangen door beeldschermen, maar de informatie zelf daarbij niet bevrijd.

We hebben gedigitaliseerd, maar niet geïnformatiseerd. En daar betalen we dagelijks de prijs voor.

De AI-race gaat in essentie over wie de grootste bulldozer heeft: brute rekenkracht om door muren van slecht gestructureerde informatie heen te beuken, stelt techfilosoof Martijn Aslander.
De AI-race gaat in essentie over wie de grootste bulldozer heeft: brute rekenkracht om door muren van slecht gestructureerde informatie heen te beuken, stelt techfilosoof Martijn Aslander.

Dit artikel is gebaseerd op onderzoek voor het boek ‘Informatieautonomie: de ontbrekende voorwaarde voor datasoevereiniteit in een tijdperk van vendor lock-in en AI’, dat komende maand verschijnt.

Wie wil begrijpen hoe dit verhaal 250 jaar teruggaat, kan in dit artikel hier verder de diepte in.

Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in:

Delen: