Op het podium AI-deskundige Charida Dorder. In de zaal vooral dertigers, millennials. Haar introductiepraatje duurt een tijdje en dan haar vraag: „Wie moet je baas morgen ontslaan: je collega of je AI?”
Bijna de hele zaal kiest voor de collega. Weg mens, lang leve de machine. Die collega mag gerust bij de kliko. Dorder wakkert het vuurtje in het congrescentrum nog verder aan: ,,Aan je collega heb je niet zoveel. AI weet en kan immers veel meer.”
Daarbij speelt nog iets anders, weet zij. Jongeren vinden het lastig om vragen te stellen aan collega’s. Dan kom je dom over, vinden ze. „Aan een model kun je ongestoord en ongegeneerd vragen stellen. Zonder mogelijk oordeel van anderen.”
Meebewegende dertigers
De zaalreacties zeggen iets over hoe dertigers kijken naar werk, technologie en zichzelf. Rationeel bekeken is hun antwoord nogal merkwaardig. Als je collega vervangbaar is door AI, dan ben jij dat zelf overmorgen ook, zeker als je ongeveer hetzelfde werk doet.
Toch is hun reactie niet onlogisch. Millennials zijn opgegroeid in een onrustige arbeidsmarkt: de financiële crisis, flexcontracten, reorganisaties en digitalisering. Onzekerheid over werk en inkomen hoort net zo bij hun leven als havermelk en kombucha. Ze voelen meer prestatiedruk, piekeren vaker over hun positie en ervaren een constante noodzaak om zich te blijven ontwikkelen om mee te komen.
Lees ook: 6.000 banen weg bij Heineken, brandingexpert is kritisch: ‘Hun groene bloed is aan het verdunnen’
Dat lees je ook in verschillende edities van ‘De sociale staat van Nederland’ van het Sociaal Cultureel Planbureau en in de jaarlijkse Gen Z & Millennial Survey van Deloitte. Dertigers hebben geleerd dat ze moeten meebewegen en relevant moeten blijven, zeker in een tijd van AI. Hun collega hoeft niet per se zijn biezen te pakken. Maar als de baas toch moet kiezen, dan liever hij of zij. En diezelfde collega denkt precies hetzelfde over hen. Geen kille logica, maar een overlevingsmechanisme.
Ook ouderen zeggen vaker: doe ook mij maar liever AI dan mijn collega, zegt Dorder. ,,Alleen komen zij er minder snel voor uit. Dat heeft te maken met een soort volwassen loyaliteit: je wilt je collega niet afvallen. Maar uiteindelijk zie je dezelfde reflex. Ze kiezen voor bestaanszekerheid. Want je kantoormattie blijkt ineens een concurrent.”
AI als concullega
De echte concurrent zie je niet. Die zit verstopt in een computermodel: AI. De snelle opmars daarvan zal zorgen voor een langdurige ontslaggolf, waarschuwde VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen. Grote reorganisaties bij ING, ASN, Booking en Heineken zijn daarvan de eerste onheilstijdingen. Economische tegenwind, hogere energieprijzen en hogere salarissen dragen daar ook aan bij, net als geopolitieke spanningen wereldwijd. Maar AI is de grootste boosdoener. Als je ziet hoe snel die modellen zich ontwikkelen: eerst konden ze een paar taken uitvoeren, inmiddels nemen ze hele processen over.
Lees ook: Ingrid Thijssen (VNO-NCW) luidt noodklok: ‘Nederland niet klaar voor golf AI-ontslagen’
AI neemt juniortaken over
AI dringt het snelst binnen op juniorniveau. Of je nu accountant, consultant, programmeur, marketeer of journalist werd: je begon onderaan. Niet omdat je een rookie was, maar omdat je moest leren. Je maakte eerste versies, zocht dingen uit, schreef samenvattingen, deed research, schreef concepten, maakte fouten. En dan kwam er iemand met meer ervaring naast je zitten die zei: hier klopt het nog niet, dit kan scherper. Zo werd kennis en ervaring doorgegeven, zo leerde je het vak.
Dat model begint te schuiven. Niet de newby maakt nog de eerste versies en samenvattingen, dat doet AI. Daarmee dreigen massa’s jonge werkzoekenden buitenspel te worden gezet.
Geen fijn vooruitzicht als je studeert. De alarmbellen voor jongeren rinkelen dan ook van allerlei kanten. In een ESB-artikel reppen economen over een daling van werkgelegenheid onder jongeren (15-24) in beroepen blootgesteld aan generatieve AI. Vergelijkbare onrust hoor je ook vanuit Denemarken en de Verenigde Staten waar deze ontwikkeling al door het leven gaat als ‘de kanarie in de kolenmijn’.
Verschuiving van banen
Anna Salomons, arbeidseconoom aan Tilburg University en de Universiteit Utrecht, tempert de doempraat. Blootstelling aan GenAI betekent niet automatisch banenverlies. Technologie kan werk net zo goed versterken. Navigatiesoftware maakte de weg vrij voor meer taxichauffeurs, elektrische auto’s voor batterijingenieurs en laadpaalinstallateurs en internet en smartphones voor app-ontwikkelaars, cybersecurityspecialisten en influencers.
Het effect hangt af van welke taken in een baan verschuiven. AI kan daarvan veel overnemen, schrijft Salomons. Data analyseren: saaie teksten uittikken, en informatie samenvatten: juridisch voorbereidend werk uitvoeren. Waar eerdere ontslaggolven vooral routinematige fysieke arbeid wegspoelden, keert het getij zich nu tegen cognitief werk: kantoorbanen voor startende hbo- en wo-afgestudeerden, jarenlang gezien als baanzeker.
Jongeren willen al tijdens hun middelbare school met AI aan de slag, maar voelen daarin vooral tegenwerking
Charida Dorder
Andere skills
Zelf staan jongeren heel nuchter in de wedstrijd. De discussies die ze voeren over AI gaan niet alleen over: krijg ik nog wel een baan. Maar vooral over: hoe blijf ik relevant. En Dorder hoort vooral frustratie. „Jongeren willen al tijdens hun middelbare school met AI aan de slag, maar voelen daarin vooral tegenwerking. Terwijl ze als geen ander weten dat AI voor hun toekomst heel belangrijk wordt. De ene docent weert AI, terwijl een ander dat een lokaal verderop volop inzet.”
Zij knikt. Het ontslagbeest jaagt vooral op instapbanen. Jongeren die net van mbo, hbo of universiteit komen, lopen als eerste in het vizier en worden bij de voordeur van bedrijven tegengehouden. Toch zijn zij als geen ander nodig, om het werk van seniors aan te vullen, vanwege hun skillset of om met AI-modellen te werken.
Dorder noemt nieuwsgierigheid, aanpassingsvermogen, creatief denken, de drang om continu nieuwe dingen te proberen en oplossingen te zoeken. De jongere generatie pikt die skills sneller op. „Wat ik van seniors en managers vaak hoor: ‘Ik heb het geprobeerd, maar het werkte niet’. Dan denk ik: als je iets één keer probeert met een gratis tool en die daarna maanden laat liggen, dan loop je al snel achter. De ontwikkelingen gaan razendsnel.”
Natuurlijk. Ouderen hebben andere sterke plusplunten. Ze brengen kennis en ervaring en zijn vaak sterker in sociale vaardigheden: goed luisteren, meer focus en doorvragen om te begrijpen wat iemand echt bedoelt. Daarom: zet junior en seniors naast elkaar, zodat ze van elkaar kunnen leren. Het aloude meester-gezelmodel. Maar dan op basis van gelijkwaardigheid. Jij leert mij jouw 21ste eeuwse vaardigheden, ik krijg jouw ervaring en social skills.
Lees ook: Gen Z heeft liever AI manager dan ‘echte’ manager
Minder mechanisch, meer strategisch
Het is dus niet zo dat alle juniorbanen verdwijnen. Ze krijgen een andere invulling: minder mechanisch en meer strategisch. Een junior content marketeer verandert van contentmaker in contentregisseur, datavertaler en doelgroepanalist. Omdat die minder leert om zelf onderscheidende content te maken, te analyseren en te positioneren, wordt begeleiding door een senior belangrijker dan ooit.
Je ziet in veel functieomschrijvingen taken waarvan je je kunt afvragen waarom die er nog zijn
Charida Dorder
Het is een mooi ideaalbeeld. Maar organisaties denken nog vaak in oude structuren, terwijl het werk zelf al jaren aan het veranderen is. Dat draait steeds minder om functies en meer om taken. Dat past ook bij plattere organisaties, waar mensen verschillende verantwoordelijkheden combineren in plaats van één vaste rol te hebben.
Dorder: „Je ziet in veel functieomschrijvingen taken waarvan je je kunt afvragen waarom die er nog zijn. De inhoud van dat werk is al jaren geleden verschoven, de functieomschrijving niet.” Banenverlies zit volgens haar dan ook vooral in een samenvoeging van taken. „In plaats van tien mensen die min of meer hetzelfde doen, krijg je drie mensen die samen dat takenpakket oppakken.”
Dus ja, bedrijven hebben jongeren harder nodig dan ooit om vooruit te komen. Ze kunnen niet alleen snijden, maar moeten ook investeren. Niet omdat de oudere generatie het niet goed doet, maar omdat 21ste-eeuwse skills zo snel veranderen dat je daar als organisatie op móét anticiperen. En omdat jongeren de wereld van morgen simpelweg iets beter aanvoelen dan iemand van 55 die woont in een fraaie doorzonwoning in Heerenveen of Hilversum.
Want dat is de grootste uitdaging voor bedrijven: niet iedereen de deur wijzen, maar je organisatie heruitvinden. Kijken hoe je die met AI efficiënter kunt organiseren. Dat klinkt minder spectaculair dan een robocalyps. Maar is uiteindelijk veel meer ingrijpend.
Auteur: Cor Hospes
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: