In slechts twaalf maanden tijd is het aandeel werkende Nederlanders dat AI gebruikt sterk toegenomen, van 40% naar 77%. Informatie zoeken blijft de voornaamste gebruiksvorm (51% op het werk, 76% privé), maar een flink deel gebruikt AI ook voor coaching. Dit blijkt uit onderzoek van OpenUp onder 1.575 respondenten, met 25 vragen over AI-gebruik, gevoelens over AI en baanzorgen. Coppens is te gast bij AI at Work Live en gaat daarin dieper in op de onderzoeksuitkomsten.
Mentale gezondheid en werken met AI
De aanleiding voor het onderzoek kwam voort uit de praktijk van OpenUp, dat met haar welzijnsprogramma’s zo’n 600.000 werknemers, verdeeld over 2.000 organisaties, bedient. „We hebben een platform voor mentale gezondheid en we zien dat AI steeds vaker een onderwerp is waarmee mensen zich melden als vraag,” vertelt Coppens. „Zowel richting de psychologen, maar ook bedrijven vragen ons: ‘Kun je ons helpen bij de AI-transformatie?’”.
Volgens Coppens hangen daar allerlei vraagstukken mee samen: techniek, veiligheid, duurzaamheid, maar ook psychologie. „Hoe kun je nu goed AI gebruiken in je organisatie, hoe krijg je mensen mee en maak je ze enthousiast? En hoe vermijd je dat het als een te grote bedreiging wordt ervaren.”
Geen Amerikaanse toestanden
In de Verenigde Staten ontstaan al ‘AI-burn-outs’ en zogenaamde ‘AI-vampires’, met name onder developers die nachtenlang doorbouwen. In Nederland gaat het er rustiger aan toe. „We hebben een doorsnee van de Nederlandse beroepsbevolking onderzocht. Daar zie je wel dat ongeveer tien procent slaapproblemen heeft door AI, maar dat gaat dan toch meer over piekeren over de eigen rol, de eigen baan en baanzekerheid.”
Er is zelfs sprake van optimisme. Coppens: „Wij zien dat naarmate mensen meer AI gebruiken, ze optimistischer worden over de toekomst. Mensen begrijpen beter hoe ze het kunnen inzetten en ontwikkelen gevoel voor wat hun rol nog gaat zijn. Ze komen er dus beter uit naarmate ze AI meer gebruiken, maar ze maken zich wel meer zorgen over de baan van de ander. Dat is typisch Nederlands: met ons gaat het goed, maar over de ander maak ik me zorgen.”
Mensen die leren omgaan met AI, krijgen volgens Coppens meer controle. „Zij leren ook hoe ze zich moeten aanpassen, waar ze het voor kunnen inzetten en waar ze zelf nog echt van waarde blijven. Je krijgt veel meer gevoel van controle als je leert omgaan met AI.”
Lees ook: De AI-trein missen of een promptsamoerai worden: welke professional ben jij?
Dit is de boodschap voor bestuurders
Voor directies laat de conclusie van het onderzoek niets te raden over. Er is geen tijd meer om langs de zijlijn te staan. „Je hebt geen andere keus als bestuurder dan ‘all-in’ te gaan met AI voor je organisatie,” waarschuwt Coppens. „Je kunt nooit terugkijken en zeggen: die boot hebben we gemist. Het is de opdracht in elke bestuurskamer om de toekomst van je bedrijf veilig te stellen. Het tweede is dat je je mensen mee moet krijgen. Daarin zeggen wij: je gaat ‘all-in’ op AI, maar ook ‘all-in’ op de mensen. Dat betekent goed communiceren, mensen trainen en tijd maken voor deze transformatie. Je moet mensen leren nadenken over wat echt een menselijke opdracht blijft in een wereld van technologie. Je kunt dit niet loslaten: we zijn voor een decentrale aanpak waarin teams experimenteren, maar uiteindelijk zul je ook centraal beleid moeten voeren.”
Volgens de CEO mag onterechte angst of een gebrek aan kennis geen belemmering vormen in de bestuurskamer. „Als je je er onvoldoende in verdiept, verval je in platitudes en gaat het al snel over veiligheid en wat er met de data gebeurt. Maar als je je verdiept, leer je dat er allerlei klepjes zijn die je aan of uit kunt zetten, dat je filters hebt en dat je sommige taalmodellen (LLM’s) ook on-premise bij jezelf kunt draaien. Er zijn best mogelijkheden om met dat soort dilemma’s om te gaan. Ik denk dat die angst soms een kwestie is van elkaar napraten in plaats van jezelf echt te verdiepen.”
Werkgevers schieten vaak nog tekort
Daarbij is er werk aan de winkel: liefst 41% van de werknemers voelt zich onvoldoende gesteund door hun werkgever in de AI-transitie. De tips van Coppens volgen hieronder.
1. Creëer écht tijd en ruimte: AI-vaardigheden ontwikkelen kost tijd en kan niet zomaar bovenop de huidige targets komen. Blokkeer structureel tijd in de agenda van werknemers (langer dan een uurtje) om met AI te experimenteren.
2. Bouw samen aan concrete toepassingen: Laat teams niet zwemmen, maar ga gezamenlijk aan de slag met de praktijk. Zet bijvoorbeeld samen een nieuwe, werkende AI-workflow op.
3. Faciliteer frequente kennisdeling: Zorg ervoor dat medewerkers hun opgedane kennis, valkuilen en successen met AI regelmatig met elkaar uitwisselen.
4. Wijs interne ‘superusers’ aan: Identificeer de medewerkers die vooroplopen in de AI-transitie en geef ze een voortrekkersrol. Mensen leren de technologie immers veel sneller van experts op de eigen werkvloer.
5. Stuur eerst op kwaliteit, dan pas op productiviteit: Communiceer transparant over de doelstellingen. Accepteer dat medewerkers de tool eerst goed moeten doorgronden en dat kwaliteit voorop staat; de échte meetbare productiviteitswinst volgt daar later vanzelf achteraan.
AI als digitale psycholoog
Een opvallend gegeven uit het onderzoek is dat 12% van de respondenten, waarbij dit aandeel het hoogst is onder vrouwen (27%) en jongeren (29%), AI inzet als mentale steun of vervanger van een psycholoog. Coppens, zelf ook psycholoog, vindt dit minder schokkend dan het klinkt: „Elk model geeft best goede antwoorden op psychologische vraagstukken. Als je worstelt met slaapproblemen, piekerklachten of relatieproblemen, kan AI echt een hele goede, adequate eerste hulp verlenen en je vooruit helpen bij het nadenken over zo’n proces.”
Toch liggen juist hier de grootste risico’s op individuele schade verborgen. „Maar een AI is geen therapeut. Als je angstklachten hebt en je zoekt geruststelling bij de AI, houdt dat die angstklachten vaak in stand. AI is erg goed in geruststelling geven, terwijl het soms voor een therapeut juist goed is om stelling te nemen. Het is sowieso goed om een mens erbij te blijven betrekken, met name bij serieuzere klachten.”
Bedrijven die wel een mentale bot willen inzetten voor hun personeel, moeten dit zorgvuldig inrichten. „Er is een onderscheid tussen je organisatie AI-native maken en een bot-compagnon inzetten voor mentale gezondheid. Bij die compagnon moet er echt een mens bij betrokken zijn die kan meelezen of een professional die controleert of iets gevlagd moet worden. Wij trainen onze eigen LLM bijvoorbeeld met 200 experts die meekijken in de antwoorden en daarop reageren. Intern mensen meekrijgen om met AI te werken gaat vooral over er tijd voor maken, kennis uitwisselen en bezwaren op tafel leggen.”
Lees ook: De menselijke kant van AI: twee vragen die elke manager zichzelf moet stellen
Visie op de toekomst
Zijn visie op de nabije toekomst is helder: AI is de ultieme katalysator voor bedrijfssucces. Coppens: „In het algemeen bepaalt de intelligentie die je als systeem hebt – data-gedrevenheid, inzichten, besluitvaardigheid en snelheid – hoe succesvol je als bedrijf kunt zijn. Hoe ik AI zie, is dat het de totale intelligentie van je systeem vergroot. Het kan ons systeem twee, drie of tien keer zo intelligent maken, waardoor de handelingssnelheid toeneemt.”
Beluister hieronder de aflevering van AI at Work Live met Gijs Coppens.
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: