De fase van er alleen over dromen is India al voorbij. Op dit moment wordt de eerste grote chipfabriek van India gebouwd in de West-Indiase stad Dholera. Maandelijks moeten daar 50.000 wafers (de ronde schijven met chips) van de band gaan rollen, schrijft het Eindhovens Dagblad.
Maar liefst 910 miljard Indiase roepies, omgerekend rond de 11 miljard dollar, worden er in deze AI-gestuurde chipfaciliteit van Tata Electronics geïnvesteerd. De fabriek moet in 2027 klaar zijn en levert zo’n 20.000 nieuwe banen op. Rond de fabriek in Dholera verrijst een gloednieuwe stad om al die toekomstige werknemers onderdak te geven. Met veel nieuwe huizen, een ziekenhuis en zelfs een eigen luchthaven.
Richting Europa en de rest van de wereld is de boodschap kristalhelder: India heeft torenhoge ambities om in de mondiale chipindustrie een speler van formaat te worden. De fabriek in Dholera is nog maar het begin.
Luister ook: Diederik Baazil: 'ASML is een groot geopolitiek wapen, maar Nederland beseft dat nog onvoldoende'
Worden we ingehaald door Indiase techambities?
Het was ook de boodschap die de Indiase minister van Elektronica, Ashwini Vaishnaw, meegaf toen hij Europese media – waaronder deze site – ontving op zijn ministerie in New Delhi. Betekent dit dat we in Nederland en de Brainportregio, waar een bloeiende chipsector bestaat, moeten vrezen dat we worden ingehaald door de Indiase techambities?
Dat India nu op grotere schaal chips wil gaan maken is voor de Nederlandse chipindustrie ‘niet meteen een probleem’, vertelt Bram Nauta, hoogleraar Integrated Circuit Design aan de Universiteit Twente. In Dholera worden straks minder geavanceerde chips geproduceerd, die onder meer in tv’s, tablets en auto’s zitten. „Dit is technologie van vijftien jaar geleden. Deze chips maken we ook in Europa. Maar de markt hiervoor groeit, dus mogelijk is er wel ruimte voor nog een speler erbij - zoals India.”
Gunstige positie voor India
Aan de andere kant is het Indiase subcontinent zelf ook een potentiële afzetmarkt voor Europa, met zijn sterk groeiende middenklasse die de consumptie omhoog stuwt. „India vangt die markt mogelijk zelf af met zijn nieuwe chipfabrieken. Dat zou een gemiste kans zijn voor Europa.”
De inspanningen van India komen op het juiste moment, vertelt Jan Reint Smit vanuit New Delhi. Het land heeft de wind momenteel mee als het gaat om zijn positie in het geopolitieke veld van chipmakers. Smit is innovatie-adviseur bij de Nederlandse ambassade in India en volgt de chipindustrie op de voet.
Als er in Taiwan iets gebeurt, zoals een inval door China, dan hebben we een enorm probleem in de hele wereld
Jan Reint Smit
Veel landen, ook India zelf, zijn voor hun computerchips afhankelijk van de productie in de Verenigde Staten, China en Taiwan. In laatstgenoemd land worden de meest geavanceerde chips gemaakt. „Als daar iets gebeurt, zoals een inval door China, dan hebben we een enorm probleem in de hele wereld.”
Het is de belangrijkste reden dat India op chipgebied meer zelfvoorzienend wil worden. „Tegelijkertijd is het ook in het belang van Europa als elders op de wereld meer verschillende centra voor chipproductie ontstaan.” Tussen de grootmachten Verenigde Staten en China woedt al tijden een chipoorlog, waar Nederland middenin kwam te staan in het conflict over chipfabrikant Nexperia.
‘Indiase chipplannen heel serieus nemen’
India probeert zich als een neutraler alternatief te presenteren voor buitenlandse chipklanten, als grootste democratie ter wereld. Smit ziet hierin grote kansen voor Nederlandse chipbedrijven, die hun chips in grote volumes kunnen laten maken op het immens grote subcontinent. Ook tijdens een recent bezoek aan Mumbai en New Delhi zinspeelde minister van Buitenlandse Zaken David van Weel op een grotere samenwerking tussen Nederland en India in de halfgeleiderindustrie.
Hij benadrukt wel dat de Indiase chipindustrie nog in de kinderschoenen staat: „Commercieel gezien heeft het nu nog weinig waarde.” Toch moeten we de Indiase chipplannen ‘heel serieus nemen’. „Het is knap dat ze buitenlandse partijen zoals Taiwan hiervoor hebben weten te interesseren.”
Wij lopen voorop in de fotonica, radiochips en machinebouw. Daar loopt India nog wel ver achteraan
Bart Smolders hoogleraar elektrotechniek aan de TU Eindhoven
Smit verwijst naar het Taiwanese bedrijf PSMC dat betrokken is bij de ontwikkeling van de Dholera-fabriek. Die expertise uit het buitenland is onontbeerlijk voor de Indiërs om hun chipindustrie van de grond te krijgen, denkt Smit. Daarbij kijken ze ook nadrukkelijk naar de Nederlanders. „Het Indiase ministerie van Elektronica heeft veel belangstelling voor Nederland, en ze kennen de Brainportregio goed.”
‘Slim om te beginnen met minder geavanceerde chips’
Want Nederland heeft veel te bieden op het gebied van design, innovatie en chipmachines, dankzij vooral ASML. „Wij lopen voorop in de fotonica, radiochips en machinebouw. Daar loopt India nog wel ver achteraan”, aldus Bart Smolders, hoogleraar elektrotechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven en wetenschappelijk directeur van het Casimir Instituut. Hier werken onderzoekers uit verschillende disciplines samen aan nieuwe chiptechnologie. „Het is dus slim van de Indiërs om eerst te beginnen met de productie van minder geavanceerde chips.”
Aan het aantal knappe koppen in India zal het in ieder geval niet liggen, mochten India’s techambities onverhoopt tóch stokken. Er studeren jaarlijks immense aantallen techtalenten af aan zo’n 295 universiteiten en hogescholen in India, zo vertelde minister Vaishnaw zijn Europese toehoorders. „We zijn heel sterk in chipdesign.”
Dat biedt kansen voor Nederland en India om nog hechter te gaan samenwerken op het gebied van chiponderzoek. Smolders: „We hebben hier op de TU in Eindhoven geregeld Indiase delegaties op bezoek, en we gaan zelf ook geregeld naar Indiase universiteiten. Daardoor kunnen we makkelijker getalenteerde studenten hierheen halen.”
Nu nog kiezen uit Indiase talenten
Tenminste, als die nog richting Brainport willen komen. Met een grotere chipindustrie in eigen land zou het voor Indiase talenten weleens aantrekkelijker kunnen worden in hun thuisland te blijven.
De Twentse hoogleraar Nauta: „Het is in Nederland comfortabel leven, met goede salarissen. En geen luchtvervuiling, zoals in veel Indiase steden wel het geval is. Maar als ze thuis een goede aanbieding krijgen met genoeg uitdaging én een mooi huis, dichtbij hun familie? Dan blijven ze daar misschien wel. Of ze gaan vanuit Nederland weer terug naar India.” Dat kan op den duur gevolgen hebben voor de Nederlandse chipsector, voorspelt Nauta. „Ik kan nu nog kiezen uit Indiase talenten die hier solliciteren. De allerbesten halen we hierheen. Over tien jaar kan dat niet meer.”
Verhaal gaat verder na de fotogalerij
Geen grote groepen Chinese studenten meer
TU/e’er Smolders vermoedt dat het zo’n vaart niet zal lopen, de cijfers over het aantal ingenieurs dat India ‘aflevert’ zeggen volgens hem genoeg. „Er studeren per jaar zo’n 400.000 studenten af in India in de elektrotechniek.” In theorie blijven er dan nog voldoende talenten over die het avontuur in het buitenland willen beproeven, óók met een tot volle wasdom gekomen Indiase chipsector.
Al zag Smolders het scenario dat Nauta schetst zich eerder wel ontvouwen bij Chinese studenten. „Grote groepen uit China studeerden zo’n tien jaar geleden nog op de TU in Eindhoven, maar die zie je nu niet meer. China heeft zichzelf ontwikkeld én het aantal jonge mensen daar neemt af.”
We kunnen als Nederland niet achteroverleunen
Bram Nauta, hoogleraar Integrated Circuit Design aan de Universiteit Twente
Dat is precies de reden dat ook Smit niet bezorgd is dat de stroom aan Indiase ingenieurs die richting Nederland trekken zal opdrogen. „India heeft de omvangrijkste bevolking ter wereld, en een groot deel daarvan is jong. Ik zou zelfs willen zeggen: dit was nog maar het begin, want het aantal ingenieurs in India blijft groeien. De pool met ingenieurs zal groot genoeg blijven.”
Nauta denkt dat India zelfs een inhaalslag kan gaan maken op de bestaande chipmachten, als de chipproductie daar eenmaal op stoom is gekomen.
Hij voorspelt bovendien dat het land op den duur ook geavanceerde chips voor bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie kan voortbrengen. „Chips zijn tegenwoordig net zo belangrijk als olie. India beseft dat het hier zijn kansen moet pakken. Je hebt wel een langetermijnvisie nodig om dit te bereiken, maar dat kunnen ze wel in India. We kunnen als Nederland dus niet achteroverleunen.”
Hoe zijn Nederlandse chipbedrijven nu al actief in India?
Chipmaker NXP uit Eindhoven is al vijf decennia actief in India, en heeft vier vestigingen binnen het subcontinent. Daar werken gezamenlijk 2500 ingenieurs aan chipdesign. NXP heeft groot vertrouwen in India als ‘motor voor innovatie en centrum voor technisch toptalent,’ aldus een woordvoerder.
De grote chipfabrieken die in India verrijzen hebben straks ook chipmachines nodig, en dat is waar ASML kan profiteren van de Indiase groeispurt. ASML’s ceo Christophe Fouquet bezocht in september voor de eerste keer Semicon India, een conferentie voor de halfgeleiderindustrie in India. Daar wekte hij de indruk open te staan voor samenwerking met de Indiërs.
„We kijken ernaar uit meer te leren over de halfgeleiderindustrie in India, nieuwe relaties op te bouwen en kansen te creëren”, zei Fouquet in een toespraak. Over concrete samenwerkingen met India wil ASML niets kwijt.
De Indiase krant The Economic Times meldde in november op basis van anonieme bronnen dat ASML een klantenservicekantoor aan het opzetten is, niet ver van de nieuwe fabriek in Dholera. ASML wil alleen bevestigen dat het zo’n kantoor aan het opzetten is ‘in India’.