Schijnzelfstandigheid: naheffing en boete
Minstens tien bouwbedrijven moeten hun situatie rondom schijnzelfstandigheid binnen enkele maanden aanpassen om boetes te voorkomen, laat Bouwend Nederland op de eigen website weten. Uit meldingen van verschillende leden van de vereniging blijkt dat de Belastingdienst tussen de tien en twintig bouwbedrijven heeft gecontroleerd. Bedrijven die hun situatie met zzp'ers niet aanpassen, riskeren een naheffing en een boete. Een gemiddelde naheffing voor een zzp'er bedraagt ongeveer 33 procent van het bruto jaarbedrag dat aan de zzp'er is betaald.
Belastingdienst gaat nu wél handhaven op schijnzelfstandigheid
Het opheffen van het handhavingsmoratorium begin vorig jaar op de Wet DBA veroorzaakte veel onrust onder zzp'ers en hun opdrachtgevers. De Belastingdienst ging namelijk weer 'gewoon' deze wet handhaven, nadat ze dat jarenlang niet gedaan hadden.
Om opdrachtgevers en zzp'ers te laten wennen, werden het afgelopen jaar geen boetes opgelegd. Dit jaar is dat wel het geval; de zachte aanpak is voorbij en de Belastingdienst handhaaft nu streng. In het afgelopen jaar zijn verschillende organisaties bezocht, onder andere uit de sectoren bouw, handel, onderwijs, zorg en overheid.
Op basis van de tien punten van de Hoge Raad kun je als werkgever en zzp'er zien of iemand een schijnzelfstandige is of 'echte zzp'er'.
1. Aard en duur van de werkzaamheden: Eenvoudige en langdurige werkzaamheden duiden vaak op een dienstverband. Ook het verschil tussen een inspanningsverplichting (dienstverband) en resultaatverplichting (zelfstandigheid) speelt hierbij een rol.
2. Bepaling van werkzaamheden en werktijden: Minder vrijheid in het bepalen van werkwijze, werktijden en locatie wijst vaker op een dienstverband.
3. Inbedding in de organisatie: Werkt de zzp'er zij-aan-zij met werknemers en volgt hij dezelfde regels en aansturing? Dit wijst op een dienstverband.
4. Verplichting tot persoonlijke arbeid: Moet de zzp'er het werk persoonlijk uitvoeren, of kan hij zich laten vervangen? Verplichte persoonlijke arbeid duidt op een dienstverband.
5. Totstandkoming van afspraken: Had de zzp'er onderhandelingsruimte bij het aangaan van de overeenkomst? Weinig onderhandelingsruimte wijst vaker op een dienstverband.
6. Beloning: Heeft de zzp'er invloed op zijn tarief en betalingswijze? Een beloning die vergelijkbaar is met die van werknemers duidt op een dienstverband.
7. Hoogte van de beloning: Is de beloning vergelijkbaar met die van werknemers in loondienst?
8. Ondernemersrisico: Draagt de zzp'er zelf het ondernemersrisico, bijvoorbeeld bij ziekte of herstelkosten? Minder risico wijst vaker op een dienstverband.
9. Gedrag in economisch verkeer
Gedraagt de opdrachtnemer zich als ondernemer, bijvoorbeeld door acquisitie of eerdere beoordeling als ondernemer door de Belastingdienst?
10. Ondernemerschap: Werkt de zzp'er voor meerdere opdrachtgevers en investeert hij in naamsbekendheid? Minder ondernemerschap wijst op een dienstverband.
Risico loopt op door terugwerkende kracht
De Belastingdienst kan met terugwerkende kracht handhaven vanaf 1 januari 2025. Dit betekent dat een controle in 2026 kan leiden tot een naheffing over 1 jaar, inclusief boetes, en een controle in 2030 tot naheffingen over 5 jaar. Volgens Bouwend Nederland kunnen deze bedragen zwaar drukken op de bedrijfsvoering van bedrijven en in sommige gevallen zelfs tot faillissement leiden.