Strategie

Europese auto-industrie: Jos van den Bergh verduidelijkt hoe Brussel bij autobazen aan de rem trekt

Jos van den Bergh (1973) werkt ruim 25 jaar in de auto-industrie. Met joie de vivre deed hij zowel PR als communicatie voor Franse merken, later aan bureauzijde werkte hij juist voor Duitse en Japanse premiumfabrikanten en daarna ging hij aan de slag bij op technologie en transitie gerichte Chinese EV-producenten. Momenteel richt hij zich met zijn PR-werk niet alleen op de voordelen van elektrisch rijden, met alles wat daarbij komt kijken, maar is hij ook actief in automotive PR- & marketingconsultancy. Voor BusinessWise schetst Jos vanuit zijn brede achtergrond de laatste ontwikkelingen in een snel opschakelende auto-industrie.  Automotive expert Jos van den Bergh. Foto: Jeffrey van der Vaart
Automotive expert Jos van den Bergh. Foto: Jeffrey van der Vaart
Leestijd 4 minuten
Over de Expert:

Misschien nog wel erger is dat Europese politici met boter op hun hoofd al jarenlang toekijken hoe hun eens zo gekoesterde autofabrieken in de problemen raken. Dat ligt niet zo zeer aan de autobazen, want al rond 2010 levert bijvoorbeeld Renault met de modellen Fluence en Zoe serie-geproduceerde elektrische auto's, maar heeft meer van doen met gebrek aan Brusselse support.

Waar Beijing met grote trots haar auto-industrie begeleid in de transitie naar technologie en elektrificatie, werpen Europese politici hun autoproducenten slechts incidenteel een kluifje toe. Duitse politici blijven doordieselen in hun CDi's en de KLPD mag in Nederland gewoon weer nieuwe auto's met diezelfde dieselkrachtbron uitkiezen.

Economisch zou een failliete auto-industrie heel Europa in het ravijn laten vallen. Einde welvaart, einde innovatie en vooral einde verduurzaming

Jos van den Bergh Automotive expert

Europese automotive managers missen daarmee cruciale steun om gas (stroom) te geven op de transitie. Ze zijn volgens François Provost, de kersverse baas van Renault, ook nog eens 25 procent van hun ontwikkelcapaciteit kwijt aan het afvinken van regeltjes die op het Brusselse pluche zijn bedacht. Aan de andere kant hebben autofabrikanten wel keihard volume nodig, want het stilzetten van een fabriek kost handen vol met geld. Bedenk daarbij dat de Europese auto-industrie 7 procent van het Europese Bruto Nationaal Product levert, werk biedt aan 15 miljoen mensen en de parlementariërs wél thuisgeven zodra Peugeot, Renault of Volkswagen een gedwongen ontslagronde aankondigt. Economisch zou een failliete auto-industrie heel Europa in het ravijn laten vallen. Einde welvaart, einde innovatie en vooral einde verduurzaming.

Europese politiek wordt langzaam wakker

Het is daarom logisch dat na een alert van de autobazen zelf de Europese politiek ook langzaam wakker wordt. Op steeds meer markten komt er geld vrij voor de transitie naar elektrisch rijden, technologie wordt niet langer als 'eng' gezien en er ontluikt aarzelend enthousiasme voor het lokaal, en daarmee zonder Amerikaanse of Chinese hulp, ontwikkelen van technologie, batterijen of AI-defined vehicles. Niet de politici maar juist de leiders van sterke automerken zoals bijvoorbeeld Renault en BMW namen daarin het voortouw. Beide iconische brands verkochten vorig jaar nog nooit zoveel elektrische auto's, schreven mooi groene cijfers en hebben een duidelijke strategie voor de toekomst. Bij BMW gebeurt dat ondanks Amerikaanse én Chinese tegenwind. Hoezo dood en begraven?

China heeft zo zijn eigen uitdagingen, de rek is uit de economische groei en steden als Guangzhou staan vol met half afgebouwde wolkenkrabbers. Automerken, ook de technology leaders, hebben moeite klanten op hun overstuur reagerende thuismarkt te vinden. Logischerwijs slaan de Chinese EV-fabrikanten zo aan het exporteren. Vanwege welvaart en bewondering kijken Chinezen dan eerst naar ons continent. Maar ten noorden van de mediterrané blijkt de wens vaak groter dan de gedachte. Tot dusver treffen de meeste Chinese EV-producenten hier, los van het gedoe rond invoerrechten, vooral aarzelende klanten en karige salesvolumes aan.

Nu maar hopen dat Brussel hetzelfde doet als China

Jos van den Bergh Automotive expert

Onderzoeken tonen daarbij aan dat de meerderheid van de Europeanen blijft kiezen voor sterke automerken van eigen bodem. Successen zoals de Renault 5 E-Tech electric, de technologisch geavanceerde Mercedes CLA en de grootse ontvangst van de BMW i3 Neue Klasse vormen daarvan het bewijs. Nadat de Bundesregierung eindelijk wakker schrok en Duitsland de eigen industrie is gaan helpen, heeft Volkswagen daar Tesla van de troon van elektrische auto's gestoten. Ook Giorgia Meloni trok recent de portemonnee om de Grande Panda electric met 11.000 euro subsidie voor de Italianen extra aantrekkelijk te maken. De fabrikanten zijn er klaar voor, sterke modellen staan in de showroom te wachten, maar incentives maken de overstap voor klanten wel extra comfortabel.

Uitstel brandstofmotorverbod helpt niet

De Europese auto-industrie heeft zo nog steeds mooie kansen. Het profiteert van vertrouwen, merkherkenning en harten die sneller gaan kloppen bij de eerste blik op een merkembleem. Nu maar hopen dat Brussel hetzelfde doet als China: condities creëren waarbij autobouwers zich kunnen focussen op elektrificatie en technologie. Wat dat betreft helpt het uitstel van het brandstofmotorverbod niet, maar zouden de parlementariërs juist vooruitgang moeten omarmen. De passievolle autobazen zijn er klaar voor, als Brussel meedenkt hebben ze ook 25 procent extra ontwikkelcapaciteit voor de inhaalslag. Dit maakt de elektrische, technologisch geavanceerde en met sterk merkembleem uitgedoste auto ook een stuk goedkoper.

Ontvang elke week - op maandag - het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in en maak kans op een Apple Watch!