Strategie

Hoe data je bedrijf juist kan verlammen: de ongemakkelijke waarheid uit de topsport

Luuc Eisenga, voormalig algemeen directeur van SC Heerenveen en NAC Breda.
Imka Westerhuis
Leestijd 6 minuten
Over de Expert:
luuc eisenga
Luuc Eisenga
Sportbestuurder

De data-analist is inmiddels net zo vanzelfsprekend in de topsport als de coach of de fysiotherapeut. Toch blijft het opvallend dat sommige traditionele grootmachten moeite hebben om hun potentieel om te zetten in prestaties.

Neem een land als Italië in het voetbal: een rijke historie, een enorme talentenpool en toch periodes van onderprestatie. Het probleem ligt zelden in het ontbreken van data, maar veel vaker in de manier waarop leiderschap die data begrijpt, inzet en, misschien wel het belangrijkste, durft te bevragen.

De essentie van het vraagstuk zit in een ongemakkelijke spanning. Data biedt houvast, maar kan ook verstarren. In veel sportorganisaties wordt analyse vooral gebruikt om het heden te optimaliseren: spelers fitter maken, tegenstanders beter lezen, tactische keuzes verfijnen.

Het echte onderscheid ontstaat wanneer data niet alleen zijn te gebruiken als een spiegel van het heden, maar als een lens op de toekomst

Luuc Eisenga

Dat levert winst op, maar slechts aan de marge. Want zodra die inzichten zichtbaar zijn, worden ze gekopieerd. Concurrentievoordeel op basis van optimalisatie is per definitie tijdelijk.

Lees ook: CEO’s vs trainers: waarom leiders in het voetbal tekortschieten én wat ze kunnen leren van het bedrijfsleven

Data als spiegel of als lens naar de toekomst?

Het echte onderscheid ontstaat wanneer data niet alleen zijn te gebruiken als een spiegel van het heden, maar als een lens op de toekomst. En precies daar is leiderschap cruciaal. Want toekomstgericht denken vraagt om het stellen van vragen die bestaande zekerheden ondermijnen.

Wat als het profiel van de ideale speler verandert? Wat als de intensiteit van het spel zodanig toeneemt dat huidige trainingsmethodes achterhaald raken? Wat als een andere sport al oplossingen heeft gevonden voor problemen die in jouw discipline nog moeten ontstaan?

Dit soort vragen zijn zelden populair binnen organisaties die gewend zijn te winnen. Succes creëert een narratief van juistheid: „We doen het goed, dus waarom veranderen?’’

Maar dat narratief is verraderlijk. Het zorgt ervoor dat data is te gebruiken ter bevestiging in plaats van ter confrontatie. Leiders die echt vooruit willen, moeten precies het tegenovergestelde doen: zij moeten actief zoeken naar informatie die hun eigen gelijk ondermijnt.

Waarom kleine uitdagers sneller innoveren

Dat verklaart ook waarom kleinere landen en teams steeds vaker het gat met de traditionele grootmachten dichten. In sporten als schaatsen en voetbal zien we dat de ‘kleintjes’ niet per se meer data hebben, maar er anders mee omgaan.

Zonder de last van geschiedenis en hiërarchie kunnen zij sneller schakelen. Ze hoeven minder rekening te houden met gevestigde belangen en kunnen radicaler experimenteren. Waar grote organisaties vaak optimaliseren wat al bestaat, bouwen kleinere spelers soms iets totaal nieuws.

De bredere beschikbaarheid van data heeft dit proces versneld. Wat ooit exclusief was voorbehouden aan topteams met grote budgetten, is nu toegankelijk voor vrijwel iedereen. Technologie is goedkoper geworden, kennis wordt gedeeld, en analyse-tools zijn gebruiksvriendelijker dan ooit.

Daarmee is data zelf geen onderscheidende factor meer. Het verschil zit in interpretatie, in moed, en uiteindelijk in leiderschap.

Lees ook: De paradox van de Nederlandse topsport: waarom vasthouden aan succes de grootste valkuil is voor leiders

De noodzaak van intellectuele nederigheid

Leiderschap in deze context betekent niet simpelweg beslissingen nemen op basis van cijfers. Het betekent een omgeving creëren waarin data een actieve rol speelt in het uitdagen van aannames. Dat vraagt om een zekere vorm van intellectuele nederigheid: de bereidheid om te accepteren dat ervaring niet altijd gelijk heeft, en dat intuïtie soms gecorrigeerd moet worden.

Tegelijkertijd vraagt het ook om bescherming. Toekomstgerichte analyse levert zelden direct resultaat op, en staat vaak onder druk van korte termijn prestaties. Zonder leiders die die spanning kunnen managen, verdwijnt innovatie al snel naar de achtergrond. In een wereld waarin de organisatie de grootte heeft van een MKB-bedrijf maar de aandacht krijgt van een multinational, is dat een enorme uitdaging.

De keiharde parallel met het bedrijfsleven

Interessant genoeg zien we precies dezelfde dynamiek terug in het bedrijfsleven. Grote, gevestigde bedrijven lijken in veel opzichten op traditionele sportorganisaties. Ze hebben succes opgebouwd, beschikken over middelen en talent, maar worden toch regelmatig ingehaald door kleinere, wendbare spelers.

Startups gebruiken data niet alleen om efficiënter te worden, maar vooral om nieuwe markten te creëren en bestaande aannames ter discussie te stellen. Waar corporates data vaak inzetten om processen te optimaliseren, gebruiken uitdagers het om het spel zelf te veranderen.

Het verschil zit ook hier in leiderschap. In organisaties die echt vooruitgang boeken, wordt data niet gezien als een rapportage-instrument, maar als een strategisch kompas. Leiders stellen daar andere vragen. Niet: ,,Hoe kunnen we dit kwartaal verbeteren?’’, maar: ,,Welke wereld ontstaat er als deze trends zich doorzetten?’’ En misschien nog belangrijker: ,,Zijn wij daar klaar voor, of worden we ingehaald?’’

Lees ook: Luuc Eisenga over strategisch kantelpunt schaatssport: ‘Dit is geen sportvraag, maar een leiderschapsvraag’

Balanceren tussen stabiliteit en disruptie

Terug naar de sport. De dunne lijn waar leiders zich op bewegen, is die tussen stabiliteit en disruptie. Te veel focus op het heden leidt tot voorspelbaarheid en uiteindelijk achteruitgang. Te veel focus op de toekomst kan de prestaties van vandaag ondermijnen. De kunst is niet om een van beide te kiezen, maar om ze met elkaar te verbinden.

Dat vraagt om een ander soort organisatie. Een organisatie waarin experimenteren geen uitzondering is, maar onderdeel van de structuur. Waarin data niet alleen wordt verzameld, maar ook echt wordt begrepen en toegepast. En waarin leiders niet alleen sturen op resultaten, maar ook op het vermogen om te leren.

De toekomst behoort niet toe aan degenen met de meeste data, maar aan degenen die de moed hebben om er ongemakkelijke conclusies uit te trekken en ernaar te handelen

Luuc Eisenga

Een fundamentele keuze voor leiders

De opkomst van kleinere spelers laat zien wat er mogelijk is wanneer die balans wordt gevonden. Ze bewijzen dat toegang tot middelen minder bepalend is geworden dan de manier waarop die middelen worden ingezet. Voor grote organisaties is dat geen reden tot pessimisme, maar wel een duidelijke waarschuwing. Hun voorsprong uit het verleden biedt geen garantie voor de toekomst.

Uiteindelijk draait het om een fundamentele keuze. Zie je data als een manier om te bevestigen wat je al doet, of als een instrument om te ontdekken wat je nog niet ziet? Leiders die voor het eerste kiezen, houden hun organisatie stabiel, tot het moment dat ze worden ingehaald. Leiders die voor het tweede kiezen, accepteren onzekerheid, maar creëren ook de mogelijkheid om voorop te blijven lopen.

In zowel sport als bedrijfsleven geldt daarmee dezelfde les: de toekomst behoort niet toe aan degenen met de meeste data, maar aan degenen die de moed hebben om er ongemakkelijke conclusies uit te trekken en ernaar te handelen.

Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in:

Delen: