De jacht op 100 procent soevereiniteit begint volgens Thie al te wankelen bij de absolute basis. ,,Als we digitalisering helemaal tot de bodem afpellen, komen we uit bij de ruwe grondstoffen,’’ stelt hij. Hoewel we in Nederland met ASML een ongekend sterk fundament voor de chipproductie in huis hebben, liggen de benodigde grondstoffen vooral in landen als China en deels in Scandinavië.
„Als je vanuit die invalshoek soevereiniteit beschouwt, dan zijn we eigenlijk al nergens”, merkt hij op. „Pas in de hogere virtuele lagen, bij data en AI, spelen we weer mee, al missen we daar bedrijven van echte wereldorde. Om die reden hebben we als continent momenteel simpelweg te weinig in de pap te brokkelen om een volledig soevereine houding aan te nemen.”
Botsende privacywetgeving en wurgcontracten
Toch wordt de drang naar autonomie steeds sterker gevoed door een veranderend sentiment: organisaties doen steeds liever zaken met Europese partijen. Dit komt deels door het verlies aan vertrouwen in Amerikaanse afspraken en wetgeving, zoals de veelbesproken Cloud Act.
Volgens Thie is deze wet vooral oude wijn in nieuwe zakken, want het deze wetgeving is in feite een iteratie van oudere producten zoals de Patriot Act en de FISA, die al sinds de jaren zeventig bestaan. „Desondanks botst dit in de praktijk. In Europa werken we met onze eigen privacyregels (zoals de GDPR) en voelt het ongemakkelijk wanneer partijen van de overkant dwingend zijn.”
Recente discussies rond de digitale infrastructuur van de overheid laten zien hoe complex én gevoelig het vraagstuk rondom autonomie in de praktijk is. Cruciale voorzieningen zoals DigiD en terugkerende kamerdebatten illustreren de spanning tussen politieke ambities, soevereiner worden en de weerbarstige realiteit van bestaande afhankelijkheden, die bij langdurige contracten, legacy en veranderende eigendomsstructuren niet eenvoudig af te bouwen zijn.
Thie onderstreept het belang van duidelijke afspraken aan de voorkant, inclusief realistische exitstrategieën en een bewuste balans tussen politiek en uitvoerbaarheid. „Wanneer een van oorsprong Nederlandse provider onverwachts overgaat in Amerikaanse handen, is er juridisch geen uitweg en rest de overheid niets anders dan de samenwerking voort te zetten.”
Waarom de Amerikaanse cloud onmisbaar is voor AI
Is het dan dé oplossing om Amerikaanse giganten als Microsoft en Google volledig te mijden en terug te vallen op eigen, lokale datacenters? Thie waarschuwt voor dit soort overhaaste conclusies: ,,Als we nu zeggen: we gaan volledig anti-Amerika, dan houd je niks meer over. Dan gaan wij bij wijze van spreken terug naar een potlood.’’ Daarbij komt de praktische belemmering dat het Nederlandse stroomnetwerk nagenoeg vol zit en veel gemeenten geen ruimte meer bieden voor nieuwe datacenters.
Natuurlijk spelen de eigen overheidsdatacenters (ODC’s) een cruciale rol voor bepaalde diensten en typen data. Tegelijk ontstaat het risico dat organisaties hun data uit angst vaak ‘overclassificeren’ om maar aan de veilige kant te blijven.
Dit belemmert flexibiliteit, kostenbeheersing en innovatie enorm, omdat cloud, data en AI een onlosmakelijk drieluik vormen. „Als je geen data in de cloud hebt, dan valt er niks te AI-en,’’ is zijn nuchtere conclusie. Toch waarschuwt hij ook tegen een blinde inzet op één specifieke Europese AI-oplossing, zoals het Franse Mistral. Zijn vuistregel luidt: „Één is geen,’’ waarmee hij doelt op het gevaar van vendor lock-in en het verlies aan wendbaarheid.
Lees ook: Opluchting na verbod op overname DigiD: 'Het gaat hier om hardcore persoonsgegevens'
Advies voor C-level: stuur op ‘minimal viable denken’
Voor managers en beslissers die worstelen met deze complexe materie, signaleert Thie twee grote operationele bottlenecks: een gebrek aan regie en budget. Zijn belangrijkste, direct toepasbare advies voor C-level-bestuurders is om het zogenoemde ‘minimal viable denken’ te omarmen.
„Als je een organisatie vraagt naar de belangrijkste processen, komen ze meestal terug met de volle honderd procent,’’ illustreert hij de praktijk. Zijn oproep is om dit drastisch terug te brengen tot de werkelijke kern. „Welke vijf à tien procent beschouw je dan als écht vitaal?” Door hiermee te beginnen en daarvoor robuuste exitplannen te maken, creëer je echte controle. Uiteindelijk zal de markt ook geholpen moeten worden door aanpassingen in aanbestedingsregels, zodat Europese partijen structureel voorrang krijgen. Tot die langzame juridische molens gedraaid zijn, vormt dit realisme de beste route naar een weerbare digitale toekomst.”
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: