Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, wordt door criticasters gezien als een clown. Onlangs leek hij die rol te omarmen door in overduidelijk veel te grote schoenen ten tonele te verschijnen.
Die schuiten waren hem geschonken door Donald Trump. Die had enkele weken eerder een belangrijke vergadering stilgelegd om zijn rechterhand in het buitenland te bekritiseren om zijn schoeisel. Dat was onmiskenbaar van waardeloze kwaliteit, zei Trump in bewoordingen die media doorgaans alleen durven te vangen als letters worden vervangen door *-jes. ‘F***g shoes’, werd dat in dit geval.
De patta’s van vicepresident JD Vance
Rubio was trouwens niet de enige die er belabberd bijliep, ook de patta’s van vicepresident JD Vance raakten besmeurd door Trumps hoon. POTUS liet zich direct van zijn genereuze kant zien door uit zijn la een folder van z’n eigen schoenenleverancier tevoorschijn te toveren (‘The best shoes in the world!’), en de heren een paar nieuwe paren aan te bieden.
Toen Rubio om zijn maat werd gevraagd, kon hij het kennelijk niet nalaten die ruimschoots naar boven af te ronden
Paul van Riessen
Maar toen Rubio om zijn maat werd gevraagd, kon hij het kennelijk niet nalaten die ruimschoots naar boven af te ronden. Dit hield vermoedelijk verband met het feit dat een andere aanwezige politicus was geridiculiseerd toen hij zijn bescheiden schoenmaat had genoemd. mTrump had namelijk direct geïnsinueerd dat vast niet alleen zijn voeten klein geschapen zijn. Dat Rubio zich deze schaamte wilde besparen, kun je hem nauwelijks kwalijk nemen. Hij moet zich van zijn baas in internationaal gezelschap nota bene de wereldkampioen ver plassen tonen.
Jan van der Spoel: ‘Kunnen omgaan met meningsverschillen, dát is juist in 2026 een cruciale vaardigheid voor leiders’
Machtsverhoudingen Amerikaanse kabinet
Het schoenenschouwspel geeft een aardig inkijkje hoe de machtsverhoudingen liggen in het Amerikaanse kabinet. Want dat Rubio zich in het moment liet verrassen en het aanbod van nieuwe stappers accepteerde, is nog tot daaraan toe. Maar dat hij de veel te grote Oxfords daadwerkelijk ging dragen, is verontrustend.
Zelfs al ging hij dan weer niet zo ver als JD Vance, die zijn been omhoogtilde om een verslaggever van The New York Times te wijzen op het cadeau dat Daddy hem had gegeven. Het gedrag geeft namelijk aan hoe bang iedereen is om Trump tegen de zorgvuldig gecoiffeerde haren in te strijken.
Wie wil er nu niet aardig gevonden worden door diegene die in zekere zin jouw lot in handen heeft?
Paul van Riessen
Pleasen ‘problematisch aangeleerd gedrag’?
Het is beslist geen vreemde neiging om je leidinggevende te willen pleasen, ook als die minder wordt gestuurd door wrok en rancune dan Trump. Want wie wil er nu niet aardig gevonden worden door diegene die in zekere zin jouw lot in handen heeft? Het verschijnsel is zelfs zo veel voorkomend dat er boeken over worden volgeschreven. Begin dit jaar besprak De Volkskrant twee recent verschenen exemplaren. Ik las daarin dat pleasen moet worden gezien als ‘problematisch aangeleerd gedrag waar mensen onder lijden’.
Veel leiders moedigen hun medewerkers aan om eerlijk tegen ze te zijn. Want, zo leert ieder managementboek, een visionair groeit pas als die op blinde vlekken wordt gewezen. Tegenspraak leidt tot betere besluiten, anders denken bevordert het proces van innovatie.
Lees ook de expertblog van Carolina Pruis: waarom onze ideeën over leiderschap dringend toe zijn aan bijstelling
Motivatie voortgekomen uit vrees
Maar lang niet iedereen is die theorie ook in de praktijk de baas. Vaak gaan de complimenten toch vooral naar de medewerkers die jouw gedachten ophemelen, die precies doen wat je vraagt, die zonder morren in de avond of het weekend het werk afmaken, of die zich op andere manieren wegcijferen.
Dat zijn de mensen op wie je kunt bouwen, toch? Nou niet dus. Althans: niet als die motivatie niet intrinsiek wordt geboren, maar voortkomt uit vrees. Dan heb je het namelijk niet over krachten op wie je kunt bouwen, maar over mensen die een grote kans hebben om overbelast te raken, of uit te vallen omdat ze zuchten onder tal van psychosomatische klachten, zo wijzen onderzoeken uit. Het tweede deel van het woord ‘behaagziek’ lijkt in die zin niet toevallig.
Tal van studies tonen dat professionals die hun baas te vaak, of te direct tegenspreken, inderdaad lager worden beoordeeld
Paul van Riessen
Je leidinggevende tegenspreken: is dat wel zo slim?
Dit soort medewerkers zal, als ze eerlijk is, zeggen dat ze er niet gerust op is dat hun leidinggevende serieus blij is als diens eigen ideeën in twijfel worden getrokken. Dat die niet gepikeerd zal reageren als diens status wordt bedreigd. Hoe hard die op voorhand ook zegt graag tegenspraak te willen. En die angst is beslist niet ongegrond. Tal van studies tonen dat professionals die hun baas te vaak, of te direct tegenspreken, inderdaad lager worden beoordeeld. Het heeft zelfs een naam: the voice penalty.
Lees ook de expertblog van Ineke Kooistra: waarom de ‘kroonprins’ van je bedrijf te vroeg laten promoveren een kostbare fout is
Constante kosten-batenanalyse
Medewerkers maken dus constant een kosten-batenanalyse. Kunnen ze zeggen wat ze werkelijk denken? Kunnen ze die woorden beter inslikken? Of is het misschien zelfs verstandiger zichzelf helemaal uit te leveren? Naast vechten, vluchten en bevriezen zou behagen zelfs de vierde reflex zijn in gevaarlijke situaties.
Precies, in situaties dus die je als leidinggevende moet zien te voorkomen. Want streven we niet allemaal naar een veilige werkomgeving? En zo wordt pleasen weliswaar omschreven als ‘problematisch aangeleerd gedrag’, maar is het geen probleem waarvan de oorzaak primair bij de pleasers ligt, maar juist bij de leiders.
Herkenbaar? Welnu, wie de schoen past…
Ontvang elke week - op maandag - het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in en maak kans op een Apple Watch!