In het professionele voetbal bestaat een structurele paradox die ook buiten de sport herkenbaar is. Clubs benadrukken steevast dat de hoofdtrainer de belangrijkste positie binnen de organisatie vervult, maar behandelen diezelfde trainer tegelijkertijd als het meest vervangbare onderdeel van het geheel. Zeker in de top van de Eredivisie lijkt het trainersvak op een permanent beoordelingsmoment: elke wedstrijd een datapunt, elke maand een impliciete vertrouwensvraag. De uitkomst is zelden verrassend. Niet omdat trainers tekortschieten, maar omdat het leiderschap boven het veld onvoldoende is ingericht.
Dat patroon is momenteel zichtbaar bij vrijwel alle Nederlandse topclubs: trainers met aflopende contracten, interim-oplossingen of structurele druk op de zittende staf. Het wijst niet op toeval, maar op een systemisch probleem.
Een CEO wordt niet ontslagen na twee zwakke kwartalen zonder grondige analyse van strategie, marktomstandigheden en interne randvoorwaarden
Luuc Eisenga Sportbestuurder
Het bestuurlijke model schiet tekort in de topsport
De druk op trainers wordt vaak gelegitimeerd met een beroep op topsportlogica. Presteren is de norm, winnen het bestaansrecht. Wie niet levert, moet plaatsmaken. Dat argument is op zichzelf valide, maar onvolledig. Topsport vraagt niet alleen om prestatiedruk, maar ook om context, consistentie en bescherming. Juist op die punten schieten het bestuurlijke model, het moreel kompas en serieuze zelfreflectie van veel clubs tekort.
In de praktijk zien we organisaties die zeggen in het proces te geloven, maar handelen op basis van incidenten. Besturen die rust communiceren, maar intern en extern onrust creëren. Directies en toezichthouders die spreken over langetermijnvisie, terwijl ze reageren op de dynamiek van het weekend. In zo’n omgeving wordt de trainer niet primair beoordeeld, maar functioneel ingezet: als bliksemafleider, als signaal naar buiten, als alibi voor bestuurlijke daadkracht.
Het ontslag van een trainer is zelden uitsluitend een inhoudelijke conclusie. Het is vooral een bestuurlijk gebaar. Een manier om te laten zien dat er wordt ingegrepen en dat de organisatie ‘in control’ is. In het bedrijfsleven zou dit patroon moeilijk voorstelbaar zijn. Daar wordt een CEO niet ontslagen na twee zwakke kwartalen zonder grondige analyse van strategie, marktomstandigheden en interne randvoorwaarden. In het voetbal is die reflex gemeengoed.
De trainer functioneert niet als CEO, maar eerder als projectmanager met eindverantwoordelijkheid
Luuc Eisenga Sportbestuurder
Het verschil tussen de CEO en de hoofdtrainer
Het verschil zit niet in emotie, maar in de inrichting van leiderschap. In volwassen organisaties zijn macht, verantwoordelijkheid en beoordelingscriteria met elkaar in balans. De CEO beschikt over strategische invloed, budgettaire ruimte en personele instrumenten. De hoofdtrainer daarentegen draagt maximale verantwoordelijkheid voor prestaties, maar beschikt over beperkte structurele macht. Hij werkt met een selectie die hij niet volledig samenstelt, binnen randvoorwaarden die hij niet bepaalt, onder publieke druk die hij niet kan reguleren.
Daarmee functioneert de trainer niet als CEO, maar eerder als projectmanager met eindverantwoordelijkheid. Inclusief de bijbehorende organisatorische eenzaamheid. Het is een configuratie die instabiliteit bijna onvermijdelijk maakt.
Invloed op de keuzes die worden gemaakt
Het gedrag dat hieruit voortkomt, is voorspelbaar. Trainers onder druk kiezen voor risicobeperking. Zekerheid boven ontwikkeling, ervaring boven potentie, controle boven visie. Niet uit overtuiging, maar uit noodzaak. Angst is zelden een goede basis voor besluitvorming. Niet in de boardroom, en niet langs de zijlijn. Clubs die zich obsessief laten leiden door de korte termijn score, ondermijnen daarmee hun eigen prestatievermogen.
Hier raakt het voetbal aan een bekende leiderschapsfilosofie: the score will take care of itself. Deze uitspraak, vaak toegeschreven aan NFL-coach Bill Walsh, wordt regelmatig verkeerd geïnterpreteerd. Het is geen pleidooi voor vrijblijvendheid, maar voor consistentie. Structurele resultaten zijn het gevolg van heldere keuzes, discipline in uitvoering en een stabiele cultuur. De score is een uitkomst, geen stuurmechanisme.
Richting geven wordt crisismanagement
In de Eredivisie fungeert de score juist wél als stuurmechanisme. Elke wedstrijd wordt een referendum, elke persconferentie een verantwoording. Elke nederlaag tast de legitimiteit van de trainer aan. Daarmee verschuift leiderschap van richting geven naar crisismanagement. Niet alleen bij de trainer, maar juist op bestuursniveau. De druk wordt doorgegeven aan de spelersgroep, vertrouwen erodeert, en prestaties volgen die lijn.
Een club die haar trainer na enkele slechte weken ter discussie stelt, geeft impliciet toe dat er vooraf geen heldere opdracht is geformuleerd
Luuc Eisenga Sportbestuurder
Een club die haar trainer na enkele slechte weken ter discussie stelt, geeft impliciet toe dat er vooraf geen heldere opdracht is geformuleerd. Dat er geen expliciete tijdshorizon is afgesproken. Dat procesfouten en resultaatschommelingen niet van elkaar worden onderscheiden. Dat is geen uiting van topsportmentaliteit, maar van bestuurlijke onzekerheid.
Sterker nog: hoe sneller een organisatie naar het instrument van ontslag grijpt, hoe zwakker het leiderschap aan de top. Ontslag is de eenvoudigste beslissing. Het vereist geen visie, geen uitleg, geen reflectie. Slechts een persbericht. In die zin is de trainer niet het probleem, maar het alibi.
Een omslag in visie van het bestuur
Wat vraagt dit van clubs? Allereerst expliciete helderheid. Elke trainer verdient een duidelijk mandaat: wat is de opdracht, wat mag het kosten, en wanneer het ook zonder prijs als geslaagd wordt beschouwd. Daarnaast bestuurlijke bescherming. Vertrouwen tonen op momenten van tegenslag, niet alleen bij succes. En ten slotte volwassen beoordeling: op trends, ontwikkeling en consistentie, niet op incidenten.
Dat vraagt moed. Rust bewaren in onrust is een van de moeilijkste vormen van leiderschap. Meebewegen met sentiment is eenvoudiger dan ertegenin gaan. Maar precies daar ontstaat het verschil tussen organisaties die structureel presteren en organisaties die structureel onrustig zijn.
De ironie is dat deze analyse breed wordt gedeeld. Bestuurders, trainers en analisten benoemen het probleem al jaren. Maar weten is niet hetzelfde als handelen. Zolang clubs blijven opereren alsof elke wedstrijd existentieel is, blijft de hoofdtrainer een speelbal van verwachtingen: belangrijk in woorden, kwetsbaar in daden.
Misschien is dat de kernles voor het Nederlandse voetbal. Niet dat trainers beter moeten worden, maar dat bestuurders hun leiderschap serieuzer moeten organiseren. Want zolang de score belangrijker is dan het systeem dat haar voortbrengt, zal de score nooit vanzelf voor zichzelf zorgen.
Lees ook: Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: