Persoonlijke ontwikkeling

Rechtszaak tegen OpenAI vanwege de gevaren voor kinderen, maar volgens Job van den Berg is vibecoden net als bouwen met LEGO

Job van den Berg
Job van den BergBusinessWise
Leestijd 10 minuten •
Over de Expert:

Acht Amerikaanse staten klagen OpenAI aan omdat ChatGPT schadelijk zou zijn voor kinderen. De zorgen zijn serieus: chatbots die het vertrouwen van kinderen winnen, zich gedragen als digitale vrienden en mogelijk gevaarlijke adviezen geven.

Tegelijkertijd bouwt mijn zoon Leopold van zes websites en applicaties met AI. Van een online ticketsysteem voor concerten in onze tuin tot een navigatieapp met offline kaarten.

“Wat bij ons thuis gebeurt, is niet begonnen als een educatief experiment of een bewuste strategie om onze zoon vroeg met AI te laten werken. Het is min of meer toevallig ontstaan”

Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Toch geloof ik dat juist dit onderscheid ontbreekt in het debat over kinderen en kunstmatige intelligentie. AI als digitale gesprekspartner kan gevaarlijk zijn voor kinderen. AI als gericht, begeleid creatief gereedschap kan juist bijdragen aan hun ontwikkeling.

Dat betekent overigens niet dat we zesjarigen massaal aan het vibe coden moeten zetten. Wat bij ons thuis gebeurt, is niet begonnen als een educatief experiment of een bewuste strategie om onze zoon vroeg met AI te laten werken. Het is min of meer toevallig ontstaan.

Mijn zoon Leopold had ideeën voor websites die hij wilde maken. Ik probeerde die eerst voor hem te bouwen, maar mijn interpretatie kwam niet overeen met wat hij in zijn hoofd had. Uiteindelijk bleek een AI-bouwtool, waarmee hij zijn ideeën zelf kon vertellen, een veel directere manier om zijn fantasie vorm te geven. Wat begon als een praktisch hulpmiddel, groeide uit tot een nieuwe creatieve bezigheid.

En precies daarin zit volgens mij een veel interessantere discussie dan de vraag of kinderen überhaupt AI mogen gebruiken.

De risico's van chatbots als digitale vriend voor kinderen

De rechtszaak tegen OpenAI waarover de NOS bericht richt zich op de mogelijke schade die ChatGPT bij kinderen kan veroorzaken. Daarbij gaat het onder meer om chatbots die vertrouwen opbouwen, persoonlijke gesprekken voeren en gevaarlijke adviezen kunnen geven. Die zorgen zijn terecht.

Generatieve AI kan overtuigend communiceren, eindeloos reageren en de indruk wekken dat het iemand begrijpt. Voor kinderen, die nog volop bezig zijn met het ontwikkelen van sociale vaardigheden, kritisch denkvermogen en emotionele zelfstandigheid, brengt dat specifieke risico's met zich mee.

Een systeem dat altijd beschikbaar is, nooit ongeduldig wordt en op vrijwel iedere vraag antwoord geeft, kan gemakkelijk een rol krijgen die het niet zou moeten hebben.

Lees ook: AI kan binnen 10 jaar de mensheid uitroeien: 3 realistische scenario’s voor een ramp

Ik vind daarom dat we terughoudend moeten zijn met open AI-chatbots voor kinderen, zeker wanneer die worden gebruikt voor persoonlijke gesprekken, emotionele ondersteuning of gezelschap. Een AI-systeem is geen vriend, opvoeder of therapeut. En het zou die positie ook niet moeten nastreven.

Maar daarmee is niet gezegd dat iedere toepassing van AI voor kinderen dezelfde risico's of dezelfde functie heeft.

“Gebruiken kinderen AI om een relatie met een chatbot aan te gaan, of gebruiken ze AI als gereedschap om iets te creëren?”

Het verschil tussen praten met AI en bouwen met AI

Een belangrijk onderscheid ontbreekt vaak in de discussie: gebruiken kinderen AI om een relatie met een chatbot aan te gaan, of gebruiken ze AI als gereedschap om iets te creëren? Bij een open chatbot kan het gesprek zelf het doel worden. Er is geen duidelijke eindbestemming en de interactie kan eindeloos doorgaan.

Bij een AI-bouwtool is de dynamiek anders. Het vertrekpunt is een idee dat buiten de technologie ontstaat. Een kind wil iets maken, loopt tegen een probleem aan en gebruikt AI om dat idee verder te brengen. Dat kan een website zijn, een spel, een interactieve presentatie of een eenvoudige applicatie. De AI is dan geen gesprekspartner om tijd mee door te brengen, maar een middel om een concreet doel te bereiken.

Het onderscheid is niet absoluut. Ook een bouwtool kan onjuiste informatie geven, ongewenste inhoud produceren of uitnodigen tot eindeloze interactie. Daarom blijft begeleiding noodzakelijk. Maar de bedoeling verandert wel degelijk hoe je de technologie gebruikt. Niet de AI moet centraal staan, maar het idee van het kind.

Creatieve ontwikkeling en verbeeldingskracht bij kinderen

Bij Leopold ontstaan de meeste ideeën niet achter een computer. Ze ontstaan tijdens het spelen, op de trampoline, in de tuin of door iets wat hij onderweg meemaakt. Na een bezoek aan de bioscoop raakte hij bijvoorbeeld gefascineerd door het systeem waarmee je zelf een stoel kunt kiezen. Dat werd het uitgangspunt voor Leopold Shows, een website waarop mensen tickets kunnen reserveren voor concerten in onze tuin, inclusief stoelkeuze en ticketsysteem.

Tijdens een autorit van Los Angeles naar Lake Tahoe viel de internetverbinding weg. Omdat we geen offline kaarten hadden, ontstond het idee om zelf een eenvoudige navigatieapp te bouwen die zonder internet kon werken. De volgende dag gebruikten we die.

Er volgden meer projecten: een rekenapp voor zijn zus, een nieuwssite, duizenden digitale kleurplaten en een sushirestaurant met een online bestelfunctie. Het interessante is niet dat een zesjarige nu zelfstandig complexe software kan ontwikkelen. De technische uitvoering wordt grotendeels door AI verzorgd en zegt weinig over zijn programmeerkennis.

Lees ook: Wat is een ‘AI-zwemdiploma’? Volkswagen Pon en CZ reiken ze al uit

Het interessante is wat eraan voorafgaat. Hij observeert iets, bedenkt hoe het anders of beter kan, probeert dat onder woorden te brengen en kijkt vervolgens of het resultaat overeenkomt met zijn bedoeling. Als dat niet zo is, begint het proces opnieuw.

Daarmee wordt AI onderdeel van een creatief proces waarin verbeeldingskracht, taal, probleemoplossing en experimenteren samenkomen.

Een ander opvallend effect is dat Leopold inmiddels steeds vaker zelf typt in plaats van zijn ideeën in te spreken. Hij merkt dat de manier waarop hij iets formuleert invloed heeft op het resultaat. Dat geeft hem een praktische motivatie om te lezen, schrijven en preciezer te communiceren.

Dat is natuurlijk geen wetenschappelijk bewijs dat AI goed is voor de taalontwikkeling van kinderen. Maar het laat wel zien hoe een creatieve activiteit aanleiding kan geven om andere vaardigheden te oefenen.

AI als een nieuwe digitale vorm van expressie

Generatieve AI verandert de afstand tussen een idee en de uitvoering ervan. Tot voor kort waren complexe digitale producten vooral voorbehouden aan mensen met technische kennis, gespecialiseerde ontwikkelaars of teams met voldoende budget.

Vandaag is een deel van die technische drempel verdwenen. Als je ideeën hebt, ze onder woorden kunt brengen en creatief durft te denken, kun je vandaag dingen maken waarvoor je tot voor kort een team van ervaren developers nodig had.

Dat betekent niet dat een AI-gegenereerde applicatie automatisch dezelfde kwaliteit, veiligheid of betrouwbaarheid heeft als professioneel ontwikkelde software. Het betekent wel dat de mogelijkheid om ideeën uit te proberen voor veel meer mensen toegankelijk wordt. Ook voor kinderen.

“Juist omdat de mogelijkheden zo groot zijn, moeten we voorzichtig zijn met hoe kinderen AI gebruiken”

En dat vind ik misschien wel de belangrijkste ontwikkeling. Niet dat kinderen op jonge leeftijd leren om AI te bedienen, maar dat ze een extra manier krijgen om hun verbeelding uit te drukken. Sommige kinderen tekenen. Anderen schrijven verhalen, bouwen met LEGO, maken muziek of bedenken complete fantasiewerelden tijdens het buitenspelen. Met AI komt daar een digitale expressievorm bij.

Niet als doel op zich, en zeker niet als vervanging van traditionele creatieve activiteiten, maar als extra mogelijkheid om nieuwsgierigheid, creativiteit en innovatie te stimuleren.

Regels en begeleiding voor veilig AI-gebruik thuis

Juist omdat de mogelijkheden zo groot zijn, moeten we voorzichtig zijn met hoe kinderen AI gebruiken. Een zesjarige kan dankzij AI een applicatie helpen maken, maar kan niet zelfstandig beoordelen of de gegenereerde code veilig is, welke gegevens worden opgeslagen of welke informatie betrouwbaar is.

Ook bestaat het risico dat AI te veel denkwerk overneemt. Wanneer een kind alleen opdrachten geeft en kritiekloos accepteert wat een systeem produceert, is de educatieve waarde beperkt. Daarom vind ik onbeperkte, zelfstandige toegang tot generatieve AI voor jonge kinderen geen goed idee.

Bij ons thuis gelden een paar eenvoudige uitgangspunten:

  • Een idee is het vertrekpunt. AI wordt gebruikt om iets te maken of te onderzoeken, niet om zonder doel met een chatbot te praten.

  • Bouwen staat centraal. We gebruiken taakgerichte tools zoals Lovable, niet een chatbot als digitaal gezelschap.

  • Een volwassene begeleidt het proces. Het account en de verantwoordelijkheid liggen bij de ouder, die betrokken blijft bij wat er gebeurt.

  • Persoonlijke vragen blijven bij mensen. Gevoelens, gezondheidsvragen en sociale problemen zijn geen onderwerpen waarvoor een kind zelfstandig een AI-chatbot moet raadplegen.

  • AI is aanvullend. Buitenspelen, lezen, tekenen, schrijven en rekenen blijven minstens zo belangrijk.

Het doel is niet om zo veel mogelijk tijd met AI door te brengen. Het doel is dat een kind een idee verder kan ontwikkelen en onderweg iets leert. Soms betekent dat AI gebruiken. Vaak betekent het gewoon papier, potloden of bouwblokken pakken.

De rol van onderwijs en ontwikkelaars bij AI-veiligheid

De educatieve waarde van AI zit niet vanzelfsprekend in de technologie. Die ontstaat door de manier waarop we haar inzetten. Dat vraagt om een andere benadering dan simpelweg een chatbot beschikbaar stellen in een klaslokaal.

Scholen zouden AI kunnen gebruiken binnen afgebakende creatieve opdrachten, waarbij kinderen leren ideeën formuleren, experimenteren, resultaten beoordelen en fouten herkennen. Niet als antwoordmachine die het huiswerk maakt, maar als gereedschap dat het leerproces ondersteunt.

Lees ook: ‘Als onze digitale collega’s precies zo worden als wij, zijn we daar dan blij mee?’, vraagt Arko van Brakel zich af

Voor ontwikkelaars ligt er een duidelijke verantwoordelijkheid om kindvriendelijke omgevingen te creëren. Omgevingen die gericht zijn op maken en leren, met passende leeftijdsgrenzen, privacybescherming, toezicht en beperkingen op persoonlijke of emotioneel beladen gesprekken.

Ook toezichthouders moeten rekening houden met de verschillen tussen toepassingen. Een AI-chatbot die een persoonlijke band probeert op te bouwen met een minderjarige, heeft een ander risicoprofiel dan een gecontroleerde omgeving waarin een kind samen met een ouder iets ontwerpt.

Dat pleit niet voor minder toezicht, maar voor gerichter toezicht. We moeten voorkomen dat de terechte zorgen over AI als digitale gesprekspartner automatisch leiden tot het afwijzen van iedere educatieve en creatieve toepassing.

Leren ideeën te realiseren met begeleiding

Misschien vraag je je af waarom ik onze zoon van zes laat vibe coden. Het antwoord is eigenlijk eenvoudig: omdat het voor ons niet wezenlijk anders is dan kleuren, schrijven, rekenen of bouwen met LEGO.

Niet omdat ik vind dat ieder kind van zes moet leren programmeren. Niet omdat AI een onmisbare vaardigheid zou zijn die kinderen zo vroeg mogelijk moeten beheersen. En ook niet omdat we van iedere creatieve activiteit een educatief programma moeten maken.

Het is toevallig ontstaan vanuit zijn eigen nieuwsgierigheid en de behoefte om ideeën werkelijkheid te laten worden. Daarin schuilt voor mij de waarde.

“Het antwoord zou niet moeten zijn dat we iedere vorm van AI bij kinderen uit de buurt houden”

Kinderen hebben een enorme verbeeldingskracht. Ze bedenken voortdurend dingen die in hun hoofd volkomen logisch zijn, maar die ze nog niet zelfstandig kunnen realiseren. AI kan helpen om die afstand tussen fantasie en werkelijkheid kleiner te maken.

Tegelijk blijft het noodzakelijk om kritisch te zijn over welke rol we AI daarin geven. De rechtszaak tegen OpenAI onderstreept waarom we kinderen niet zomaar aan open, menselijk ogende AI-systemen moeten overlaten. De risico’s van afhankelijkheid, misleidend vertrouwen en ongeschikte adviezen zijn reëel.

Lees ook: Kim Pot: ‘Ik ben helemaal voor experimenten, maar wat doen we nu écht anders met AI?’

Maar het antwoord zou niet moeten zijn dat we iedere vorm van AI bij kinderen uit de buurt houden. Het antwoord is om AI bewust, gericht en onder begeleiding in te zetten als creatief en educatief gereedschap.

Niet om kinderen afhankelijker te maken van technologie, maar om hun eigen ideeën, nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht meer ruimte te geven. Want uiteindelijk gaat het niet om de vraag of een zesjarige met AI een website kan bouwen.Het gaat erom dat hij ontdekt dat een idee in zijn hoofd iets kan worden wat echt bestaat. En dat is, net als tekenen, schrijven of rekenen, een waardevolle nieuwe vorm van expressie.

Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in:

Delen: