Strategie

Werknemer bouwt AI-agent en vertrekt: wie is de eigenaar van de digitale collega? ‘Juridisch is het gewoon een Excel-macro’

Arnoud Engelfriet, IT-jurist
Arnoud Engelfriet, IT-juristEigen foto
Leestijd 5 minuten

Bestuurders zien AI-agents vaak als iets revolutionairs: een digitale collega die zelfstandig taken uitvoert, zoals mails beantwoorden, besluiten voorbereiden en kennis vastleggen. Daardoor lijkt ook een nieuwe juridische vraag te ontstaan: van wíe is zo’n agent eigenlijk als een medewerker overstapt naar een andere werkgever?

Juridisch maakt het niet uit of het een AI-agent is of een Excel-macro die je hebt gemaakt

Arnoud Engelfriet IT-jurist

De juridische realiteit: een AI-agent is van de werkgever

Volgens IT-jurist Arnoud Engelfriet van adviesbureau ICTRecht is het antwoord verrassend eenvoudig. „Juridisch maakt het niet uit of het een AI-agent is of een Excel-macro die je hebt gemaakt. Uiteindelijk is het iets dat je binnen het kader van je dienstverband hebt ontwikkeld om je werk te kunnen uitvoeren. Vanuit de Auteurswet en het arbeidsrecht is dat gewoon van de werkgever."

Dat veel mensen het anders ervaren, komt volgens hem vooral doordat AI persoonlijk voelt. „Bij een agent denken mensen: dit heb ík bedacht. Het voelt als een eigen creatie. Maar juridisch is dat niet anders dan een slimme Excel-sheet of een handleiding die je tijdens je werk schrijft."

Waarom AI op de werkvloer voor emotie zorgt

Toch merkt Engelfriet dat de discussie regelmatig oplaait. Niet omdat de wet onduidelijk is, maar omdat AI-agents dicht tegen iemands persoonlijke expertise aanliggen. „Als je bedenkt hoe de bedrijfsbus efficiënter is in te richten, vindt iedereen het logisch dat dat idee van de zaak is. Maar een AI-agent voelt als iets creatiefs en persoonlijks. Daardoor ontstaat emotie wanneer een werkgever zegt dat die agent bij het bedrijf blijft.”

Dat mechanisme is niet nieuw. Engelfriet vergelijkt het met een chefkok die een recept ontwikkelt waarmee een restaurant beroemd wordt. „Ook daar lopen juridische en emotionele belangen door elkaar. Werkrelatie, eerlijkheid en waardering spelen dan minstens zo’n grote rol als het juridische verhaal.”

Lees ook: ‘AI kost geen banen, maar taken’: investeerder Martijn Hamann over de toekomst van werk

De dunne grens tussen vakkennis en intellectueel eigendom

Interessanter wordt het wanneer persoonlijke kennis wordt vastgelegd in een AI-agent. Iedereen mag immers ervaring en vakkennis meenemen naar een volgende werkgever. Verandert dat wanneer die kennis is vertaald naar prompts, workflows en geautomatiseerde werkinstructies? Het onderscheid is lastig, maar niet nieuw. „Vroeger was het verschil helder: wat in je hoofd zat, nam je mee, wat je opschreef voor je werkgever, was van de werkgever."

Programmeurs lopen hier al jaren tegenaan. Zij bouwen tijdens hun loopbaan een verzameling modules, scripts en hulpmiddelen op die zij zien als hun persoonlijke gereedschapskist. Werkgevers kijken daar vaak anders naar. „Programmeurs denken regelmatig dat ze hun modules mogen meenemen naar een nieuwe werkgever. Maar het is ontzettend moeilijk om te scheiden wat algemene vakkennis is en wat specifieke programmatuur of intellectueel eigendom van de werkgever. Daarmee verschilt een AI-agent nauwelijks van bestaande software of documentatie.”

Het ware risico: verborgen operationele afhankelijkheid

Voor bestuurders ligt de grootste uitdaging daarom niet bij de juridische eigendomsvraag, maar bij operationele afhankelijkheid. Veel AI-agents worden vandaag gebouwd door individuele medewerkers, vaak zonder centrale regie of documentatie. Dat lijkt efficiënt, totdat zo’n medewerker vertrekt. „Een zelfgebouwd tooltje kan morgen bedrijfskritisch zijn. Als alleen één medewerker weet hoe het werkt en die gaat weg, dan ben je ineens afhankelijk geworden van iets wat niemand anders begrijpt."

Dat risico kennen organisaties al langer. Microsoft laat bepaalde fouten in Excel bewust bestaan omdat duizenden bedrijfsprocessen erop zijn ingericht. Een zelfgebouwde AI-agent kan volgens Engelfriet dezelfde positie krijgen. „Mensen worden snel afhankelijk van bepaalde tools. Dat vraagt om goed beheer."

Lees ook: Worden we dommer van AI? Martijn Aslander gebruikt het al 6 maanden anders: ‘Ik ben slagvaardiger dan ooit’

AI-beleid hoort thuis op de bestuursagenda

Bestuurders moeten zich vooral de vraag stellen of hun organisatie eigenlijk AI-vaardig is. Sinds februari 2025 verplicht de Europese AI Act organisaties om medewerkers voldoende AI-kennis te geven wanneer zij AI-systemen gebruiken. Maar volgens Engelfriet gaat AI-vaardigheid verder dan training alleen. „Je moet als organisatie nadenken hoe je omgaat met het automatiseren van kantooractiviteiten. Dat hoort inmiddels gewoon op de bestuursagenda."

Daar hoort ook kennismanagement bij. Niet alleen de vraag wie een agent bouwt, maar vooral waar die draait, wie hem beheert en wat er gebeurt als de maker vertrekt. „Een agent die vergaderzalen beheert of bedrijfsprocessen ondersteunt, moet geïntegreerd zijn in een omgeving waar meerdere mensen toegang toe hebben. Als het puur een persoonlijk hulpmiddel blijft, bouw je eigenlijk een nieuw afhankelijkheidsrisico."

Vervang het woord ‘agent’ eens door ‘grote Excel-macro’. Dan wordt het ineens veel minder sciencefiction.

Arnoud Engelfriet IT-jurist

Cultuur is effectiever dan dichtgetimmerde contracten

Engelfriet, die onder meer de boeken ICT en Recht en AI and Algorithms schreef, gelooft niet dat organisaties dit gevaar wegnemen met strengere contracten. „Je kunt van alles juridisch regelen, maar uiteindelijk is de cultuur belangrijker.”

Hij verwijst naar kenniswerkers die boeken willen schrijven over hun vakgebied. Sommige werkgevers verbieden dat uit angst voor kennisverlies, terwijl andere organisaties het juist stimuleren omdat het hun reputatie versterkt. „Culture eats compliance for breakfast. Als de cultuur is: hou je mond en schrijf vooral declarabele uren, dan lossen extra regels niets op."

Volgens hem nemen mensen kennis of hulpmiddelen vooral mee wanneer zij zich niet gewaardeerd voelen. „Een gezonde organisatiecultuur verkleint dat risico vaak effectiever dan juridische clausules.”

Prik door de AI-hype heen (en stel deze 5 vragen)

Engelfriet wil AI-agents vooral niet mystieker maken dan ze zijn. „Vervang het woord ‘agent’ eens door ‘grote Excel-macro’. Dan wordt het ineens veel minder sciencefiction."

De vragen die bestuurders moeten beantwoorden zijn volgens hem al jaren dezelfde. Van wie is een hulpmiddel? Wie beheert het? Wat gebeurt er als het uitvalt? En hoe borg je dat cruciale kennis niet afhankelijk wordt van één persoon?

„Mensen denken vaak dat nieuwe technologie nieuwe regels vereist. Maar regels zijn verbazingwekkend robuust. Prik dus eerst door de hype heen en vraag je af of dit werkelijk het grootste probleem is voor jouw organisatie. Voor een loodgietersbedrijf waarschijnlijk niet. Voor een consultancybureau kan het morgen al strategisch relevant zijn."

Stel je als organisatie deze 5 vragen:

  1. 1.

    Waar worden AI-agents gebouwd? Zijn ze onderdeel van de bedrijfsomgeving of draaien ze op persoonlijke accounts?

  2. 2.

    Wie beheert ze? Is kennis vastgelegd of afhankelijk van één medewerker?

  3. 3.

    Welke bedrijfsdata gebruiken ze? Zijn toegangsrechten en beveiliging op orde?

  4. 4.

    Hoe AI-vaardig is de organisatie? Weten medewerkers verantwoord met AI om te gaan en is daar beleid voor?

  5. 5.

    Past het AI-beleid bij de organisatiecultuur? Regels alleen zijn onvoldoende als medewerkers zich niet betrokken of gewaardeerd voelen.

Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in:

Delen: