Strategie

Remy Gieling waarschuwt leiders: ‘Maak van je medewerkers geen blind verlengstuk van AI’

Remy Gieling, AI-expert
Remy Gieling, AI-expertEigen foto
Leestijd 6 minuten
Over de Expert:
remy gieling
Remy Gieling
AI-expert

Er lopen op dit moment twee soorten mensen rond op kantoor. Ze gebruiken dezelfde tools, tikken dezelfde prompts en kijken naar hetzelfde scherm. En toch doen ze iets fundamenteel anders.

De eerste groep zet AI in om ruimte te maken. Ze automatiseren het saaie, het herhalende en het administratieve, de backoffice die niemand mist zodra hij verdwijnt. Dan gaat het om offerteprocessen, het maken van draaitabellen in Excel, het zoeken naar informatie op SharePoint, eerste concepten en data die zijn op te schonen.

Het werk dat nodig is, maar dat je energie wegzuigt in plaats van geeft. Wat ze met die vrijgekomen tijd doen, is het interessante deel: ze steken die terug in de dingen die er wél toe doen. In de klant die net even doorvraagt. In de collega die vastloopt. In het gesprek dat je niet delegeert aan een taalmodel, omdat de waarde nu juist zit in het feit dát jij het voert.

Voor deze groep is AI een verlengstuk. Een verlenging van hun eigen kunde, hun eigen aandacht en hun eigen oordeel. Ze worden er scherper van, niet luier.

Het gevaar van mentale sluiproutes

De tweede groep beweegt de andere kant op. Zij gebruiken AI om mentale olifantenpaadjes aan te leggen. Kleine sluiproutes door het denkwerk heen. Waarom zou je nog nadenken over de structuur van een betoog als het model het in drie seconden voor je uitspuugt? Waarom worstelen met de vraag wat je nu eigenlijk vindt, als er een keurig antwoord klaarligt?

Handig, tot je je realiseert wat je onderweg kwijtraakt. Want elk paadje dat je niet meer zelf loopt, is een spier die je niet meer traint. En op een dag merk je dat je bent vergeten hoe je zelf van A naar B kwam.

Voor deze groep is de rolverdeling stilletjes omgedraaid. Zij zijn het verlengstuk geworden. Van copy-paste naar goedkeuren, van goedkeuren naar doorsturen: een menselijke schakel die vooral bevestigt wat de machine al besloten heeft. Ze denken dat ze AI bedienen. In werkelijkheid bedienen ze het.

Lees ook: ‘AI bouwt ons bedrijf helemaal opnieuw op’: HelloPrint-CEO Hans Scheffer gooit zijn businessmodel volledig om

Het AI-interbellum: adoptie op topsnelheid

Dat we deze twee uitersten nu zo scherp naast elkaar zien, is niet vreemd. We zitten midden in wat je het AI-interbellum kan noemen: die rare tussenperiode waarin de oude regels niet meer helemaal gelden en de nieuwe nog niet zijn uitgekristalliseerd. Niemand weet precies hoe je dit hoort te doen, dus doet iedereen maar wat. En dat levert een fascinerende mix op van briljante en ronduit onverstandige aanpassingen.

Vergelijk het met het internet, een paar decennia geleden. Dat had jaren nodig voordat de niet-techneuten eraan verslingerd raakten. Er zaten eerst hele generaties browsers, protocollen en trage modems tussen. Tegen de tijd dat je moeder online ging bankieren, was het ruwe randje er wel zo’n beetje af. De technologie was volwassen voordat ze massaal werd omarmd.

Bij AI gebeurt het precies andersom. De adoptie ging in een noodtempo, sneller dan bij vrijwel elke technologie die eraan voorafging. Miljoenen mensen zaten binnen een handvol maanden dagelijks met een taalmodel te praten, terwijl het randje nog hartstikke ruw is. We omarmen de technologie in volle vaart terwijl ze nog aan het worden is. Dat verklaart een hoop van de fricties die we tegenkomen. We hebben de tussenfase overgeslagen waarin je normaal gesproken went aan de eigenaardigheden.

Van maker naar regisseur: de impact op uw vakgebied

Voor sommige beroepen is de disruptie niet abstract, maar concreet en ingrijpend. Neem softwareprogrammeurs. Een groeiend deel van hen schrijft geen software meer, maar instrueert agents om dat te doen. Ze zijn opgeschoven van maker naar regisseur. Van het zelf typen van elke regel code naar het formuleren van de opdracht, het beoordelen van het resultaat en het bijsturen waar het misgaat.

Dat is geen kleine verandering in de gereedschapskist. Dat is fundamenteel ander werk. De vaardigheid verschuift van ‘kan ik dit bouwen?’ naar ‘kan ik precies genoeg verwoorden wat ik gebouwd wil hebben, en herken ik of het klopt?’ En laten we eerlijk zijn: niet iedereen vindt dat leuk. Er zijn mensen die programmeur werden juist omdat ze van het ambacht houden, van het zelf oplossen van de puzzel. Voor hen voelt regisseren als verlies, niet als vooruitgang.

Dat is geen zwakte. Dat is een volstrekt legitieme reactie op een vak dat onder je handen verandert. En het is een voorbode van wat veel meer beroepen te wachten staat. De vraag “wat maakt mijn werk nog van mij?” gaat de komende jaren op steeds meer bureaus liggen.

Lees ook: ‘AI kost geen banen, maar taken’: investeerder Martijn Hamann over de toekomst van werk

De blinde vlek: leunen op AI zonder de werking te begrijpen

Aan de andere kant van het spectrum zit een groep die het probleem juist niet voelt, en dat is minstens zo riskant. Zij gebruiken taalmodellen zonder enig begrip van hoe die werken.

Rijden zonder rijbewijs, om het zo maar te zeggen. Ze vertrouwen klakkeloos op de uitkomsten. Een model geeft een antwoord met volle overtuiging, dus zal het wel kloppen. Dat een taalmodel geen waarheid produceert maar waarschijnlijkheid – het meest plausibele volgende woord, niet het meest juiste – dringt niet door. Dat het feiten kan verzinnen met dezelfde vlekkeloze zelfverzekerdheid waarmee het correcte feiten oplepelt, wordt niet als risico gezien. Ze halen de sleutel om, geven gas en kijken niet naar de weg.

En daar zit de kern van het probleem. Niet in de technologie zelf, maar in de verhouding die je ertoe hebt. Wie niet snapt waar de machine goed in is en waar ze structureel faalt, kan onmogelijk beoordelen wanneer hij haar moet vertrouwen en wanneer niet. Dan ben je overgeleverd. Dan bepaalt het model, en knik jij.

Behoud de regie over de technologie

Het is logisch dat we deze fricties en vragen tegenkomen. Zo werkt elke technologische omwenteling: eerst de euforie, dan de kater en pas daarna de wijsheid. We zitten ergens tussen euforie en kater in, en dat is precies de fase waarin het loont om even stil te staan. Want de tools worden alleen maar krachtiger.

De verleiding om het denken uit te besteden wordt alleen maar groter. En de kloof tussen de twee groepen – zij die AI gebruiken om beter te worden en zij die er ongemerkt door worden geleefd – wordt met de maand breder.

Daarom is er maar één vraag die er echt toe doet en die je jezelf regelmatig zou moeten stellen. Niet als filosofische luxe, maar als praktische check: ben jij een verlengstuk van AI, of is AI een verlengstuk van jou?

Het mooie is dat je het antwoord kunt sturen. Het hangt niet af van de technologie, maar van hoe je haar gebruikt. Blijf je zelf denken, oordelen en kiezen – en zet je de machine in om dat scherper te doen? Dan ben je aan de goede kant van de lijn.

Word je een schakel die vooral goedkeurt wat er al bedacht is? Dan is er werk aan de winkel. De technologie geeft je beide opties. De keuze is aan jou. En dat is misschien wel het geruststellendste aan dit hele verhaal: het is nog steeds jouw keuze.

Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in:

Delen: