Duitsland trok in 2024 nog maar 5,7 miljard dollar aan directe buitenlandse investeringen aan, een veel lager cijfer ten opzichte van de 52 miljard dollar het jaar ervoor. Voor een land dat decennialang gold als het economische zwaartepunt van Europa, is dat een dramatische terugval. Volgens data van UNCTAD daalden de Duitse investeringsstromen daarmee met ongeveer 89 procent. Het rapport wijst onder andere naar complexe bureaucratie, hoge energiekosten, zware belastingdruk voor bedrijven en een autosector die zwaar onder druk staat.
Nederland trok ter vergelijking 9,3 miljard dollar aan en eindigde daarmee net boven Duitsland. Dat is opmerkelijk, want Nederland is economisch een fractie van de omvang van Duitsland. Toch moet dit cijfer met de nodige voorzichtigheid worden gelezen, want Nederlandse FDI-cijfers zijn notoir grillig: in 2023 noteerde het land nog een negatieve instroom van 184 miljard dollar en in 2022 een negatieve 80 miljard dollar. Dat soort wilde schommelingen heeft weinig te maken met reële bedrijvigheid en alles met de rol van Nederland als doorvoerland voor internationaal kapitaal. De cijfers moeten daarom ook met een korrel zout worden genomen.
Waarom kapitaal naar kleine landen stroomt
Luxemburg is binnen Europa de absolute uitschieter. Met bijna 106 miljard dollar aan investeringen versloeg het land, met iets meer dan 600.000 inwoners, de rest van Europa met ruime afstand. Officieel is Luxemburg geen belastingparadijs, maar de wettelijke en fiscale structuur is zodanig gunstig dat internationale bedrijven er hun belastingdruk kunnen verlagen.
UNCTAD wijst Nederland, samen met Luxemburg, Ierland en Zwitserland, expliciet aan als landen waarvan de FDI-statistieken sterk worden beïnvloed door zogeheten ‘conduit flows’, kapitaal dat slechts ‘doorstroomt’ via lokale BV’s zonder dat er sprake is van reële investeringen in de lokale economie. Voor 2024 meldt UNCTAD dat Nederland en Luxemburg samen een opmerkelijke draai maakten in hun uitgaande stromen, van een negatieve 217 miljard naar een positieve 163 miljard dollar, een verschil van 380 miljard dollar dat bijna een kwart van de wereldwijde FDI-groei verklaart.
Daarmee onderscheiden landen als Nederland en Luxemburg zich van bijvoorbeeld Italië, waar buitenlandse investeringen vaker zijn gekoppeld aan productie, aandelenbelangen en herinvestering van winst. Italië trok in 2024 ongeveer 24,7 miljard dollar aan, een bedrag dat weliswaar lager ligt, maar wel directer verbonden is aan reële economische activiteit.
De rest van Europa: scherpe dalingen
Ook andere grote Europese economieën kregen in 2024 te maken met een terugval in buitenlandse investeringen. Frankrijk trok met 33,7 miljard dollar nog het meeste aan, gevolgd door Spanje met 30,5 miljard. Beide landen noteerden echter ook een daling ten opzichte van 2023. Zweden kwam uit op ongeveer 18,3 miljard dollar.
Niet ieder land zag wegtrekkend kapitaal als een probleem. Voor een aantal landen gold juist een opvallende netto-uitstroom. Zwitserland noteerde een netto-uitstroom van bijna 61 miljard dollar, het Verenigd Koninkrijk verloor netto 40 miljard dollar, en ook Ierland registreerde een negatieve stroom van bijna 39 miljard dollar. Voor het Verenigd Koninkrijk noemen analisten dat cijfer extra zorgwekkend, gezien het economische gewicht van het land in Europa.
Lees ook: Opmars van Chinese robotica: Duitsland onderneemt actie, Nederland blijft vergaderen
Wat betekent dit voor Nederlandse bedrijven?
Voor Nederlandse ondernemers en investeerders is het rapport om twee redenen relevant. Ten eerste bevestigt het de positie van Nederland als vestigingsland voor internationale bedrijven, wat gunstig is voor de dienstensector en de juridische en fiscale dienstverlening rond multinationale hoofdkantoren.
Ten tweede is er een duidelijke keerzijde aan dit beeld. De cijfers laten zien dat een groot deel van het Nederlandse ‘succes’, net als bij Luxemburg, niet voortkomt uit reële bedrijfsactiviteit, maar uit fiscale structurering en doorstroomconstructies. Internationale druk op dit soort regelingen neemt toe, mede door discussies binnen de EU en de OESO over belastingontwijking. Een land dat zo sterk leunt op zijn rol als doorvoerland voor kapitaal, is kwetsbaar zodra de regels veranderen, en de wilde schommelingen in de Nederlandse cijfers van jaar op jaar onderstrepen hoe instabiel die rol kan zijn.
Lees ook: Amsterdam krijgt The Stack: nieuwe AI-hub die Europa minder afhankelijk maakt van buitenlandse AI
Wereldwijd: kapitaal concentreert zich
Het rapport van de Verenigde Naties plaatst deze Europese cijfers in een breder perspectief. Wereldwijd daalden de directe buitenlandse investeringen in 2024 met 11 procent (exclusief conduit-economieën), het tweede jaar op rij van krimp. De ogenschijnlijke stijging van 4 procent op totaalniveau wordt vertekend door grote, grillige stromen via de belangrijkste financiële doorvoercentra.
De Verenigde Staten blijven met 279 miljard dollar veruit de grootste ontvanger, gevolgd door Singapore (143 miljard dollar) en Hongkong (126 miljard dollar). UNCTAD-secretaris-generaal Rebeca Grynspan noemde de cijfers een patroon met reële gevolgen: banen die niet ontstaan, infrastructuur die niet wordt gebouwd en duurzame ontwikkeling die vertraging oploopt.
In de onderstaande video lichten de secretaris-generaal en de hoofdonderzoekers van UNCTAD de data en de specifieke rol van doorvoereconomieën toe.
De ranglijst (top 10 wereldwijd, FDI-inflows 2024)
- 1.
Verenigde Staten: 278,8 miljard dollar
- 2.
Singapore: 143,4 miljard dollar
- 3.
Hongkong: 126,2 miljard dollar
- 4.
China: 116,2 miljard dollar
- 5.
Luxemburg: 106,0 miljard dollar
- 6.
Canada: 64,1 miljard dollar
- 7.
Verenigde Arabische Emiraten: 45,6 miljard dollar
- 8.
Egypte: 46,6 miljard dollar
- 9.
Brazilië: 59,2 miljard dollar
- 10.
Australië: 53,5 miljard dollar
Nederland staat met 9,3 miljard dollar wereldwijd op een veel lagere positie, ondanks het feit dat het net boven Duitsland eindigt.
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: