Kort na zijn aantreden grijpt kersvers minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) in. Hij breekt de omstreden wet open en haalt het complexe beoordelingsdeel definitief van tafel. De rigoureuze aanpak van de minister laat zien dat het kabinet de roep uit het bedrijfsleven serieus neemt.
Voor veel werkgevers was de Vbar een doorn in het oog. De wet, bedoeld als opvolger van de Wet DBA, moest helderheid scheppen over wanneer een werkende een zzp’er is en wanneer sprake is van een werknemer. In de praktijk zorgden criteria zoals ‘inbedding in de organisatie’ juist voor paniek. Tienduizenden zzp’ers zagen opdrachten verdwijnen omdat bedrijven, uit angst voor boetes van de Belastingdienst, het zekere voor het onzekere namen en massaal stopten met flexibele inhuur.
Minister Aartsen heeft nu besloten de stekker uit het ‘VBA-deel’ te trekken, de verduidelijking van de arbeidsrelatie. Het ontbrak simpelweg aan draagvlak. Voor opdrachtgevers van zzp’ers betekent dit voorlopig een zucht van verlichting: de dreiging van een wet vol onwerkbare en subjectieve regels is afgewend.
Ruim baan voor de nieuwe Zelfstandigenwet
Met het schrappen van het complexe Vbar-deel maakt minister Aartsen de weg vrij voor een alternatief: de Zelfstandigenwet. Dit initiatief – dat Aartsen als Tweede Kamerlid al in de steigers zette – gooit het over een andere boeg. In plaats van krampachtig te zoeken naar redenen waarom iemand een werknemer zou zijn, focust de Zelfstandigenwet zich op vooraf vastgestelde, objectieve criteria voor het ondernemerschap.
Voor werkgevers is dit een positieve ontwikkeling. Het biedt de belofte van vooraf zekerheid over de inhuur, in plaats van discussies achteraf met de fiscus of de rechter. Totdat deze wet is uitgewerkt en ingevoerd, blijft de handhaving op schijnzelfstandigheid, die sinds 1 januari 2025 weer volledig is hervat, wel gewoon van kracht op basis van de huidige jurisprudentie.
Let op het uurtarief: het rechtsvermoeden werknemerschap blijft wél
Hoewel het beoordelingsdeel van de Vbar in de prullenbak ligt, behoudt minister Aartsen wél de ‘R’ uit de Vbar: het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit is cruciaal om als werkgever scherp in de gaten te houden.
Dit rechtsvermoeden houdt in dat werkenden die worden ingehuurd tegen een relatief laag uurtarief wettelijk vermoed worden werknemer te zijn. Dit grensbedrag beweegt mee met het minimumloon en ligt momenteel rond de 38 tot 39 euro per uur. Wie werkt met zzp’ers onder dit tarief loopt risico, de zzp’ers zelf niet.
In deze situaties wordt de bewijslast omgekeerd. Als de zzp’er, of een vakbond, naar de rechter stapt en een arbeidsovereenkomst claimt, moeten werkgevers aantonen dat er écht sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Lukt dat niet, dan moeten zij met terugwerkende kracht loonbelasting, premies en pensioen afdragen en heeft de werkende recht op ontslagbescherming en doorbetaling bij ziekte.
De reactie van Connie Maathuis, voorzitter van Vereniging Zelfstandigen Nederland, op de snelle aanpak van Aartsen is duidelijk: „We zijn verheugd dat hij voortvarend te werk gaat en doorgaat met de R van rechtsvermoeden en de rest schrapt. Wij hebben dat altijd aangegeven. Nu snel doorgaan met de uitwerking van de Zelfstandigenwet.”
Wat nu doen als opdrachtgever?
De ingreep van minister Aartsen brengt broodnodige rust, maar de transitie op de arbeidsmarkt is nog niet voorbij. Werkgevers doen er goed aan nu al gerichte stappen te zetten.
Werkgevers doen er verstandig aan hun tarieven door te lichten en direct in kaart te brengen welke zzp’ers binnen de organisatie werken tegen een tarief van, of net onder, 39 euro per uur. Zij kunnen overwegen deze tarieven op te trekken tot boven de grens van het rechtsvermoeden, of deze werkenden proactief een flexibel dienstverband aan te bieden om risico’s af te dekken.
Daarnaast blijft het belangrijk te zorgen voor een zakelijke werkrelatie. Wie werkt met zzp’ers boven de tariefgrens, moet erop toezien dat de samenwerking daadwerkelijk B2B is. Dat betekent niet sturen op werktijden, de zzp’er het werk zelfstandig laten indelen en voorkomen dat zij exact hetzelfde werk doen als vaste werknemers in loondienst.
Volg de Zelfstandigenwet. Houd de ontwikkelingen rondom de nieuwe Zelfstandigenwet in de gaten. Bereid het HR-beleid erop voor dat inhuur straks waarschijnlijk getoetst gaat worden op objectieve ondernemerscriteria zoals investeringen, risico en het hebben van meerdere opdrachtgevers.
Ontvang elke week - op maandag - het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in en maak kans op een Apple Watch!