Kan robotica onze maakindustrie terughalen uit Azië? Steven van Roon (Universiteit Twente) tempert de verwachtingen
Als robots straks het meeste productiewerk doen, verdwijnt een belangrijk voordeel van lagelonenlanden. Betekent dit dat Nederlandse bedrijven hun fabrieken uit Azië kunnen terughalen? Steven van Roon van het Robotics Centre van de Universiteit Twente tempert de verwachtingen. Robotisering kan onze concurrentiepositie verbeteren, maar voor reshoring is veel meer nodig.
De redenering klinkt verleidelijk eenvoudig. Nederlandse productie is duur door onze hoge lonen. Robots nemen steeds meer menselijke arbeid over en kunnen in theorie 24 uur per dag produceren. Als arbeid daardoor een veel kleiner deel van de kostprijs wordt, verdwijnt een belangrijk concurrentievoordeel van landen met lage lonen. Waarom zou je vervolgens nog aan de andere kant van de wereld produceren?
Relatief domme hardware
Robotisering zou een impuls kunnen geven aan reshoring: het terughalen van productie naar Nederland of Europa. Maar wie verwacht dat robotisering automatisch tot een nieuwe Nederlandse industriële renaissance leidt, loopt volgens Steven van Roon te hard van stapel.
“Kan een robot onze menselijke vaardigheden aanvullen en ons werk beter maken? Dankzij AI komt dat nu in een stroomversnelling”
Steven van Roon Universiteit Twente
„Begin met het kijken naar een robot als de body van je accuschroef/boormachine. Het is een belangrijke basis, maar je kunt er nog niets mee. Als je wilt schroeven, heb je een bithouder en het juiste bitje nodig. Wil je boren, dan moet je de juiste boor hebben. Wil je een spijker in een balk slaan, een plaat doorzagen of een raam kitten, dan heb je er niets aan. Zo is het ook met robots.”
Van Roon is manager business & operations bij het Robotics Centre van de Universiteit Twente. Hij onderstreept dat robots van nature relatief domme hardware zijn. „Jarenlang was de lasrobot in de auto-industrie het schoolvoorbeeld: een machine die steeds dezelfde geprogrammeerde beweging uitvoert. We kijken nu veel meer naar het ideaalbeeld: kan een robot onze menselijke vaardigheden aanvullen en ons werk beter maken? Dankzij AI komt dat nu in een stroomversnelling.”
Een robot is nog geen goedkope werknemer
Robots worden snel slimmer maar dat betekent niet automatisch goedkoper. „De eerste denkfout is dat een robot simpelweg een goedkopere vervanger van een werknemer zou zijn. De technologie is nog duur. Een robot is niet één-op-één goedkoper dan een mens.”
Bekijk ook: Zonder robots is de Nederlandse maakindustrie verloren
Bij Robotics Centre werken onderzoekers samen met bedrijven aan praktische en fundamentele robotica-vraagstukken. Van Roon kent de uitdagingen rond de inzet van robots als geen ander.
„Tegenover de eenmalige investering staan onderhoud, updates en snelle technologische veroudering. Bovendien moet er vaak nog iemand beschikbaar zijn om een robot te instrueren of opnieuw te programmeren als er iets misgaat. En een robot die theoretisch drie ploegendiensten achter elkaar kan draaien, heeft weinig aan die mogelijkheid als de logistiek rondom de productielijn niet eveneens 24 uur foutloos functioneert.”
Ook China koopt robots
Toch is de noodzaak om te automatiseren groot. TNO becijferde dit jaar dat Nederland 264 industriële robots per 10.000 werknemers telt en daarmee wereldwijd op de twaalfde plaats staat. Koplopers als Zuid-Korea, China en Duitsland zitten tussen ruim 400 en meer dan 1.000 robots. Volgens TNO zou de productiviteit van de Nederlandse maakindustrie met minstens 50 procent omhoog moeten om haar concurrentiepositie te herstellen. De maakindustrie vertegenwoordigt ruim 7 procent van het Nederlandse bbp.
Maar die cijfers leveren nog geen bewijs voor een aanstaande terugkeer van productie. Een belangrijk probleem met het idee van een gelijk speelveld is dat Nederland niet het alleenrecht op robots heeft. „Lagelonenlanden hebben dezelfde toegang tot deze technologie en kunnen die wellicht goedkoper inzetten”, zegt Van Roon. „De concurrentiepositie zal iets verbeteren, maar op welke termijn is onduidelijk.”
Daar komt bij dat het laaghangende fruit van automatisering grotendeels al is geplukt. Eenvoudige, repetitieve taken in massaproductie zijn bij veel fabrikanten allang geautomatiseerd.
„De uitdaging zit nu juist in high-mix, low-volume: kleinere series, veel verschillende producten en complexe handelingen. Dat vergt veel meer flexibiliteit van robots en maakt automatisering duurder.” Dat is ook een terrein waarop Nederland kansen ziet. TNO noemt high-mix-low-volume-robotisering expliciet als niche waarin Nederland zich internationaal als proeftuin zou kunnen positioneren.”
“Een Nederlands bedrijf zal de productie voorlopig niet zomaar terughalen enkel omdat robots het goedkoper zouden maken”
Steven van Roon Universiteit Twente
Loonkosten zijn maar één stukje van de puzzel
Zelfs wanneer robots de factor arbeid veel goedkoper zouden maken, is er volgens Van Roon nog geen werkelijk gelijk speelveld. De locatie van een fabriek wordt door veel meer bepaald dan lonen. Grondstoffen zijn een duidelijk voorbeeld. Europa beschikt niet over alle grondstoffen die nodig zijn voor bijvoorbeeld elektronica. Daarnaast zijn complete productie-ecosystemen in de loop van tientallen jaren elders opgebouwd.
„We zijn in Nederland soms goed in de machines, zoals chipmachines, maar het maken van de chips zelf is een heel andere tak van sport. Een Nederlands bedrijf zal de productie voorlopig niet zomaar terughalen enkel omdat robots het goedkoper zouden maken.”
Daar staan wel nieuwe argumenten vóór produceren dichter bij huis tegenover. Geopolitieke onzekerheid en kwetsbare toeleveringsketens kunnen de businesscase veranderen. Ook transportkosten kunnen doorslaggevend zijn.
Van Roon noemt prefab bouwen als voorbeeld. „Grote bouwelementen dicht bij de bouwlocatie produceren kan economisch aantrekkelijk zijn omdat je transport beperkt. Reshoring zal daardoor waarschijnlijk niet neerkomen op het simpelweg terugzetten van oude fabrieken in Nederland. Interessanter is de vraag welke productieprocessen opnieuw kunnen worden ontworpen rond automatisering, beschikbaarheid van mensen, logistiek en regionale ketens.”
Niet de mens één-op-één vervangen
Dat vraagt ook om een andere manier van kijken naar robots. „Het één-op-één vervangen van een mens door een robot is de grootste denkfout”, zegt Van Roon. Een mens kan verrassend ingewikkelde dingen zonder erbij na te denken. Een gevallen schroefje blind oprapen, verschillende objecten herkennen of onmiddellijk tussen handelingen schakelen: voor robots zijn zulke ogenschijnlijk simpele vaardigheden bijzonder complex.
Bedrijven kunnen daarom beter hun productieproces opnieuw ontwerpen dan zoeken naar een robot die precies dezelfde handelingen verricht als een medewerker. In de bouw zou bijvoorbeeld meer prefabproductie in gecontroleerde fabrieksomstandigheden kunnen plaatsvinden, in plaats van te proberen een humanoïde robot alle menselijke werkzaamheden op een chaotische bouwplaats te laten overnemen.
Het personeelstekort verdwijnt niet
En zelfs een vergaand geautomatiseerde fabriek heeft mensen nodig. Alleen verandert het soort arbeid. Robots moeten worden gebouwd, geïntegreerd, geprogrammeerd, onderhouden en aangepast. „Er is een gat tussen de snelle technologie en bedrijven die wel willen, maar geen experts in huis hebben om robots in hun fabriekssystemen te integreren”, zegt Van Roon.
Hij ziet daarom ruimte voor gespecialiseerde dienstverleners die zulke integratie voor bedrijven uitvoeren. Het probleem: die markt komt pas echt op gang wanneer voldoende bedrijven investeren in robotisering.
Ook omscholing is niet vanzelfsprekend. „Een ervaren lasser kan uitstekend zijn vak verstaan zonder de ambitie of vaardigheden te hebben om programmeur te worden. Tegelijkertijd ontwikkelt robotica zich zo snel dat opleidingen moeite hebben hun curricula actueel te houden.”
“Vooral voor kleinere maakbedrijven kunnen clusters helpen om kennis te delen en investeringen haalbaar te maken”
Steven van Roon Universiteit Twente
Reken niet alleen met FTE’s
Voor ondernemers en bestuurders ligt daar misschien wel de belangrijkste les. Wie de businesscase voor robotisering uitsluitend berekent op het aantal medewerkers dat kan worden uitgespaard, kijkt volgens Van Roon te beperkt. „Vraag je af wat het kost als je fabriek stil komt te liggen omdat er geen personeel is. Bedrijven moeten daarom eerst zorgen dat de basis van automatisering en digitalisering op orde is, hun processen kritisch bekijken en samenwerking zoeken. Vooral voor kleinere maakbedrijven kunnen clusters helpen om kennis te delen en investeringen haalbaar te maken.”
Lees ook: 30.000 robotbedrijven in één stad: China bouwt in bizar tempo aan de werkplek van morgen
Of robots uiteindelijk tot een grootschalige terugkeer van de maakindustrie leiden, durft Van Roon dan ook niet te voorspellen. Op korte termijn ziet hij dat in ieder geval niet gebeuren op basis van kosten alleen. Robotisering kan Nederland en Europa wel degelijk concurrerender maken, maar het beloofde level playing field bestaat nog niet.
Wel of niet bouwen met robots?
Zie robotisering niet als één-op-één vervanging van dure Nederlandse arbeid.
Bereken naast arbeidskosten ook de prijs van personeelstekorten en productiestilstand.
Kijk bij reshoring naar de hele businesscase: grondstoffen, logistiek, geopolitiek en beschikbaarheid van kennis.
Zorg eerst dat automatisering en digitalisering op orde zijn voordat je de nieuwste robots aanschaft.
Zoek samenwerking: kennis, integratiecapaciteit en investeringen kunnen voor individuele bedrijven de echte bottleneck worden.
Leuk al die dansende robots, maar wanneer gaan ze nou écht aan het werk? We onderzoeken het in deze video:
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in en win je eigen robot!