De vakantieperiode zit er weer bijna op. Grote kans dat dit voor jou al het geval is als je dit leest. De kinderen gaan weer naar school en het werkende leven hervat zich. Een enkeling gaat na het hoogseizoen nog op vakantie, maar voor het gros geldt: de campingstoel wordt ingeruild voor de bureaustoel, de teenslippers voor de stalen neuzen en de croissantjes voor de bruine boterham.
“De lange vakanties van kinderen zijn, naast onze 5-daagse werkweek en 8-urige werkdag, nog een overblijfsel uit het industriële tijdperk”
Voor werkende ouders is het ook een opluchting dat de scholen weer begonnen zijn. De vakantieperiode van zeker zes weken is vaak lastig te overbruggen, zeker als je zelf maar drie weken vakantie kunt opnemen.
De lange vakanties van kinderen zijn, naast onze 5-daagse werkweek en 8-urige werkdag, nog een overblijfsel uit het industriële tijdperk. Daarbij moest de jeugd meehelpen op het land, een regeling die in 1901 werd ingevoerd. Dit is natuurlijk geen natuurwet, maar toch lijken we vast te houden aan vaste structuren, ook al hebben ze niet altijd meer de functie die ze vroeger wel hadden.
Het psychologische effect van een frisse start
En daar wil ik het in dit artikel over hebben: de mogelijkheid tot verandering. Een soort window of opportunity die na een vakantie ontstaat.
Zo blijkt uit onderzoek dat mensen meer openstaan voor veranderingen. De bekendste daarvan is het goede voornemen in het nieuwe jaar, maar onderschat ook de kracht van een zomervakantie niet. Dit wordt het fresh start effect genoemd. Met nieuwe moed ertegenaan.
Dit heeft te maken met twee psychologische processen. De eerste is dat we een soort mentale boekhouding hebben, ook wel mental accounting periods genoemd, die we op bepaalde momenten in het jaar afsluiten. Temporal landmarks, zoals oud en nieuw en de zomervakantie.
Het zorgt ervoor dat mensen afstand kunnen nemen van hun huidige zelf en hun toekomstige zelf. Ten tweede zorgen deze ijkpunten ervoor dat we de tijd hebben om uit te zoomen en het grotere geheel beter kunnen overzien, in plaats van vast te zitten in het geheel dat de werkweek vaak met zich meebrengt.
Uiteraard geldt dit ook voor organisaties. Soms doen we alsof organisaties onafhankelijke entiteiten met een eigen geheugen zijn, maar uiteindelijk bestaan ze uit een verzameling mensen die diezelfde processen doormaken. Met die wetenschap kunnen we rekening houden als we nieuwe plannen willen pitchen. Op welke momenten in het jaar kunnen nieuwe plannen het best binnen de organisatie landen? Wanneer staan mensen er het meest voor open?
Succesvol patronen doorbreken in de organisatie
Zoals met veel van onze goede voornemens: ze sneuvelen vaak in de eerste paar weken, waardoor we weer terugvallen in oude gewoontes. U wilt misschien wel veranderen, maar als de omgeving hetzelfde blijft, is dat toch een stuk lastiger. Dat kunnen we onszelf kwalijk nemen, maar daar schieten we weinig mee op. Uit onderzoek weten we ook dat vooral de omgeving bepalend is voor het succes van de verandering.
Lees ook: Waarom vaders wél meer willen zorgen, maar de bedrijfscultuur ze (onbewust) tegenhoudt
Een belangrijke les is: maak verandering niet te groot en leg de lat niet al te hoog, dan is de kans dat u de veranderingen kunt volhouden een stuk groter.
Nu blijkt ook dat het effect van een lange vakantie vaak al binnen 2 à 3 weken weer tenietgedaan is. Mensen zitten dan weer op hun stressniveau van vóór de vakantie. Wat veel effectiever is, is om vaker kortere werkonderbrekingen te hebben. De Duitse socioloog Sonnentag stelt dat mentale ontkoppeling, psychological detachment, daarbij een kernelement is. Juist die ontstaat bij een 4-daagse werkweek.
“Oké, ik merk het al. Dit is een te grote verandering”
Daarom wil ik het volgende idee opperen: wat als we vaker momenten creëren waarop het fresh start effect kan plaatsvinden? Daarbij ontstaat ruimte om na te denken over hoe we nu verder gaan, in plaats van als een kip zonder kop door te blijven rennen.
Helpt het dan misschien ook als we de schoolvakanties inkorten tot vier weken? Dat we gedurende de week overstappen op een 4-daagse schoolweek en werkweek en meer vakantie verspreid over het jaar hebben in plaats van twee langere vakanties aan het eind en begin van het jaar?
Oké, ik merk het al. Dit is een te grote verandering.
Een wekelijkse vergadervrije dag invoeren
Wat als we afspreken dat er één vergadervrije dag per week komt?
Dat vooraf in alle agenda’s staat en niet standaard op dezelfde dag hoeft te zijn: in week één van het jaar is maandag een vergadervrije dag, in week twee dinsdag. Ja, dat betekent dat soms niet iedereen erbij kan zijn, maar misschien is dat ook wel goed: collega’s kunnen diegene bijpraten, de dynamiek verandert en niet altijd dezelfde mensen voeren het woord. Daarmee winnen we tijd terug, scheppen we ruimte, kunnen we even afstand nemen van het werk en maken we de werkweek een beetje beter.
U begrijpt natuurlijk wel dat ik dit schrijf op een moment waarop mensen net terugkomen van vakantie en de bereidheid om na te denken over deze verandering het hoogst is. Misschien heeft u wel een goed boek gelezen dat hierover gaat en helpt dit artikel u om dat idee succesvol door te voeren. Maar misschien is het eerst even tijd om bij te komen van de vakantie met de kinderen.
Lees ook: ‘Stop met van die welzijnsprogramma’s op het werk, stop met corporate gaslighting’
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox, ook over arbeidsmarkt, ook over HR. Schrijf je hier nu gratis in: