De prognoses zijn allesbehalve rooskleurig: de enorme nieuwbouwopgave ligt er, de bouwexplosie zal volgen zodra het stikstofslot er af kan. De naoorlogse infrastructuur in Nederland moet bovendien grootschalig en langdurig op de schop.
Het nieuwe kabinet heeft kloeke plannen voor een nieuw productief Nederland, maar tegelijkertijd manifesteert de overheid zich met Defensie ook zelf als een gretige, goed gewaardeerde werkgever. Zo veel te kiezen voor steeds minder jonge leerlingen en werknemers. Hoe banen de sectororganisaties zich een weg naar herstel, naar een nieuwe realiteit?
In twee delen maakt BusinessWise een rondgang langs brancheorganisaties in de bouw en techniek. Dit is deel I: eendracht maakt macht.
Volgende week deel II: hoe brancheorganisaties en voorlopers het roer omgooien om talent aan te trekken én te behouden.
De aanpak van de sectoren bouw en techniek laat overeenkomsten zien. Zo is beleid op behoud inmiddels niet meer los te zien van werving. Daarnaast werken beide sectoren aan een actueel en relevant imago op de arbeidsmarkt, en wordt er naarstig gezocht naar aantrekkelijk werkgeverschap met loopbaanperspectieven.
Op regionaal niveau zoeken sectoren nauwe samenwerking met opleiders, terwijl skill based-werving zij-instroom moet bevorderen. Ook innovatie en slimme manieren van werken zijn onmisbare puzzelstukken. En dan speelt regelgeving natuurlijk altijd ook nog een rol. Veel werk dus aan de winkel!
Aanvalsplan met visie, geld én een uitvoeringsorganisatie
De gedeelde problematiek in sectoren met veel overlappingen kan zelfs leiden tot een algehele mobilisatie. Het Aanvalsplan Bouw, Energie en Techniek (APBET voor insiders) komt voort uit een uniek monsterverbond van zes brancheverenigingen, twee werkgeversorganisaties en twee vakbonden in de techniek.
Peter Smit, met human capital sporen in onder andere de uitzendbranche en de sector Transport en Logistiek goed ingevoerd in de arbeidsmarkt, is sinds november vorig jaar programmadirecteur. Hoe is deze bal gaan rollen? „Vanuit vier initiatiefnemers (Techniek Nederland, Bouwend Nederland, Koninklijke Metaalunie en FME) is er in bestuurskamers hard gewerkt aan een eerste plan om het tij te keren.”
„Dat begon met samenwerking rondom instroom en ontwikkeling. Toen dit vorm kreeg werd de alliantie uitgebreid met de WENB (energie, milieu en circulair), de BOVAG (mobiliteit), werkgeversorganisaties MKB Nederland en VNO NCW en vakbonden CNV en FNV.”
“Er moest een mandaat komen voor een gemeenschappelijke aanpak, met jaarplannen en een begroting”
Peter Smit
Het besef dat er een gemeenschappelijke aanpak moest komen was bij alle partijen groot. Dat zou ook de beste weerklank vinden bij de overheid, nodig voor kaderend beleid en aanvullende financiering. Het leidde tot een geïntegreerd aanvalsplan met drie pijlers: werving en behoud, productiviteit via industrialisatie (bijvoorbeeld prefab bouw) en talent van buiten aantrekken. Daarachter liggen zeven concrete actielijnen.
In de zomer van 2025 werd de volgende stap gezet naar een slanke uitvoeringsorganisatie. Smit: „Er moest een mandaat komen voor een gemeenschappelijke aanpak, met jaarplannen en een begroting.”
Hoe moeten we deze samenwerking zien in vergelijking met bestaande initiatieven van de individuele sectoren? „Er is nu een gemeenschappelijke agenda, naast de eigen sectoragenda’s. Ons programma zien we als verbindend, versnellend en facilitair. Wat we wel of niet moeten doen, als koepel of als individuele sector, komt bij ons op tafel. Naast afstemming van sectorcampagnes benadrukken we in deze fase natuurlijk sterk de gedeelde betrokkenheid. Die is ook bezegeld in de onderlinge financiële commitment.”
Tekst gaat verder onder de foto.
Smit doelt op de afspraak om gedurende een periode van tien jaar gemiddeld 50 miljoen euro per jaar uit gereserveerde budgetten in de sectoren te bundelen voor de programmafunding.
De overheid toonde zich enthousiast over de gemeenschappelijke aanpak. Het leidde tot participatie op hoog niveau vanuit de drie relevante ministeries (EZK, OCW en SZW) in het zogenoemde koersoverleg, en een plek op de strategische agenda van de ministeries waarmee de nieuwe ministers ook konden worden aangehaakt. Het heeft er ook toe geleid dat de overheid de financiering van de plannen aanvult met het gelijke bedrag dat de sector zelf investeert.
Arbeidsmarktmonitor maakt resultaten meetbaar
Met dit stevige fundament zou je ambitieuze concrete doelstellingen verwachten. Wat wordt er wanneer opgelost? Smit: „Een begrijpelijke vraag. Er circuleren wel getallen, maar eerlijk gezegd moeten de doelstellingen nog scherper gesteld worden.”
„Dat begint met meten. Soms kenden we de actuele getallen ook gewoon nog niet. Niet alle sectoren voeren hun onderzoeken elk jaar uit. Daar gaat nu verandering in komen. Eind van dit jaar worden losse sectoronderzoeken ondergebracht in een arbeidsmarktmonitor, met resultaten per deelsector. De progressie zal zo beter meetbaar worden.”
Een mooie lange loopbaan met ontwikkelingskansen
De Techniek Route ‘van werk naar werk’ is een van de actielijnen uit het aanvalsplan. Via loketten en een online omgeving wordt brede en laagdrempelige voorlichting gegeven over ruim 250 beroepen in de zes aangesloten sectoren, de doorstroomperspectieven én de leer/werk structuur.
De eerste loketten, waar ook coaches beschikbaar zijn, werden geopend in het noorden, Zeeland en Zuid-Holland. De rest van Nederland volgt dit jaar. Het doel is jonge mensen bekend én enthousiast te maken over de vele carrièremogelijkheden in bouw en techniek. Hierdoor zullen meer medewerkers voor de sectoren behouden blijven, zo is de overtuiging.
Nauwere samenwerking met het onderwijs
In het Aanvalsplan is al een nieuwe vorm van privaat-publieke samenwerking in het beroepsonderwijs voorzien: het regionale Hybride Techniek Centrum (HTC). Deze hubs moeten een versnelde instroom (en doorstroom) van jonge techneuten bewerkstelligen.
Een nieuw ecosysteem, dat werkt als een vliegwiel. Wat is het hybride aspect? Smit van APBET legt uit: „Hier komen technische opleidingen uit de regio dicht tot elkaar om nog intenser samen te werken. Dat kan ook betekenen dat ze fysiek op één campus komen, zoals in Heerhugowaard en Barneveld.”
Wat is de gemeenschappelijke visie? „Aankomende vakmensen kunnen er hun startkwalificatie behalen en dus eerder productief worden. Werkenden kunnen er om- en bijscholen en werken aan innovatieve opdrachten en skills ontwikkelen rond nieuwe technologie. En bedrijven hebben er de ruimte om te experimenteren met innovatie- en bedrijfsvraagstukken. Het zijn centrale uitgangspunten, maar de regiostem staat uiteindelijk centraal”, zo legt Smit uit.
Hij weet dat hervormingen in het onderwijs om een lange adem vragen, en dat er menig obstakel moet worden omzeild. „We werken samen met de MBO en HBO-raad, de agendapunten worden nu verder uitgewerkt. Het doel is om eind 2027 tot acht HTC’s te komen.”
Tekst gaat verder onder de foto.
Zij-instroom en skillbased-werving
Als het nieuwe personeel niet in de gewenste aantallen door de voordeur komt, dan is het via de zijdeur ook welkom. Zij-instroom is als fenomeen niet meer weg te denken in sectoren met structurele tekorten.
Grofweg wordt er daarbij onderscheid gemaakt tussen werknemers met andere werkervaring of diploma’s en buitenlandse arbeidskrachten, inclusief statushouders of nieuwkomers (erkende vluchtelingen). Het roept de vraag op in welke mate zij-instroom bijdraagt aan het dichten van de tekorten, en waar de ‘reality checks’ zitten.
In het Aanvalsplan wordt zelfs nog verder gekeken. Een van de toekomstige actielijnen is het aanboren van Nieuwe Groepen. Bij enkele werkgevers vinden al experimenten plaats, maar van een gemeenschappelijke aanpak is nog geen sprake.
Smit: „We hebben het over aangepast werk in een gecontroleerde omgeving. Denk aan werkvoorbereiding bij fabrieken waar prefab bouwactiviteiten plaatsvinden met aangepaste werktijden. Je kunt het vergelijken met de sociale werkplaats van weleer. In ieder geval is dit iets dat we samen met gemeenten moeten gaan oppakken.”
“Het gaat hier niet om flitsbanen via intermediairs, maar echte banen met toekomst”
Peter Smit
Net als bij andere sectoren als de industrie, landbouw en detailhandel wordt er tenslotte bij de bouw en de techniek gerekend op instroom door statushouders en nieuwkomers. Los van de vraag wanneer (en waar!) welke aantallen beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt (Smit noemt een doel van 4.000 plekken per jaar) zijn er al meteen drie aandachtspunten te noteren.
Meer metselwerk aan het systeem, en een goede bedrading, als het ware. Smit: „Het begint met versneld taalonderwijs. Daar moet ook capaciteit voor zijn. Dan zijn er vaak logistieke uitdagingen in het woon-werkverkeer. Door de hele keten heen is er behoefte aan regie. Wat je erin stopt moet in verhouding staan tot de productiviteit die je wint.”
Ook op dit front getuigt het Aanvalsplan er van dat elke steen is omgedraaid. Naast statushouders erkent het plan ook potentieel voor medewerkers van buiten de EU. Er zijn vijf regio’s aangewezen waar de mix van taal, opleiding en cultuur vruchtbaar zou kunnen zijn voor zogenaamde startbanen in de Nederlandse sector. Er is een werkgroep en er zijn al veertig baanprofielen opgesteld. Smit: „Het gaat hier niet om flitsbanen via intermediairs, maar echte banen met toekomst.”
Het vereist natuurlijk wel erkenning door de overheid, met een vakkrachtenregeling die de weg opent naar een werkvergunning. „Daar moeten de bonden in mee, er die vinden er natuurlijk ook wat van. Het gaat immers ook om de cao.” De dialoog is gaande.
Vergezichten, vereende krachten en hervormingen
De omvang van de tekorten en de demografische ontwikkelingen geven nergens aanleiding tot kortstondig opportunisme. De eeuwige belofte van technologische innovatie krijgt in de sector veel aandacht, ook van private investment funds. Inspecterende drones en gestandaardiseerde prefab fabricage lopen voorop, gevolgd door de metsel- en bestratingsrobots. Het staat allemaal nog in de kinderschoenen, en de haalbaarheid en schaalbaarheid ligt nog bij beleidscommissies. Nader onderzoek is nodig.
U herkent de toon. Het is de dubbele snelheid waar Nederland om bekend staat: innovatief denken, ondernemend handelen en energiek polderen aan de ene kant. Groeiende regeldruk, taaie hervormingen en volle agenda’s met vele stakeholders aan de andere kant. Maar de mobilisatie en de intense samenwerking zal zijn vruchten gaan afwerpen.
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: