Strategie

Chinese autobouwers maken een elektrische auto voor 17.200 euro, Europese merken betalen duizenden euro’s meer

BYD-CEO Janson Zhen.
BYD-CEO Janson Zhen.Jos van den Bergh
Leestijd 3 minuten •

Europese autofabrikanten krijgen de concurrentie uit China steeds moeilijker onder controle. Terwijl Brussel met invoerheffingen de opmars van Chinese elektrische auto’s probeert af te remmen, zit de werkelijke achterstand vooral in de productiekosten. Dat blijkt uit een analyse van de Belgische website Gocar.be, gebaseerd op onderzoek van adviesbureau AlixPartners.

Volgens dat bureau kost het ongeveer 20.000 dollar (17.200 euro) om een elektrische auto van een Chinees merk te bouwen. Voor een vergelijkbaar Europees model loopt dat bedrag op tot circa 31.000 dollar (26.700 euro). Het verschil bedraagt omgerekend zo’n 9.500 euro per auto.

En dat is geen tijdelijke tegenvaller voor de Europese industrie. De achterstand zit volgens AlixPartners diep verankerd in de manier waarop de auto’s worden ontwikkeld en geproduceerd. Daardoor dreigt het verschil de komende jaren verder op te lopen.

Europese fabrikanten hebben minder geld

De financiële positie van Europese autobouwers maakt het probleem extra ingewikkeld. Hun gemiddelde winstmarge daalde van 13,2 procent in 2021 naar 6,9 procent in 2025. Daardoor blijft er minder geld over om nieuwe elektrische modellen, batterijen en software te ontwikkelen.

Tegelijkertijd verwachten consumenten betaalbare elektrische auto’s. Chinese merken kunnen die aanbieden zonder dezelfde financiële druk te ervaren. Europese fabrikanten moeten dus goedkoper produceren, terwijl ze juist minder ruimte hebben om in hun fabrieken te investeren.

Lees ook: ‘Volkswagen-topman Blume zou naar Renault moeten kijken en ook inzetten op merkiconen, emissievrij’

De batterij is een zwakke plek

Een belangrijk deel van het kostenverschil zit in de batterij en de bijbehorende productieketen. China heeft een sterke positie bij de verwerking van grondstoffen en de productie van batterijmaterialen. Europa blijft daarvoor sterk afhankelijk van buitenlandse leveranciers.

Volgens AlixPartners vindt bijna 80 procent van de raffinage van belangrijke batterijmaterialen buiten Europa plaats. Nieuwe batterijfabrieken bouwen is daarom niet voldoende om de achterstand snel in te halen. Ook de hoge Europese energieprijzen werken in het nadeel van de industrie.

Het adviesbureau pleit onder meer voor meer samenwerking en fusies tussen autofabrikanten, het sluiten of ombouwen van fabrieken en kortere ontwikkeltijden. Europese merken zouden nieuwe modellen binnen twee jaar moeten kunnen ontwikkelen, in plaats van daar veel langer over te doen.

Lees ook: Mazda’s EV-strategie: combinatie van Chinese kennis met Europees DNA

Het verschil is zichtbaar in de showroom

De productiekosten vertalen zich ook naar de prijzen voor consumenten. Zo begint de prijs van de Chinese Jaecoo 7 SHS-P in Nederland bij 37.990 euro, terwijl de prijs van de Europese Volkswagen Tiguan eHybrid begint bij 49.990 euro. Tussen beide ruime plug-inhybride SUV’s zit een verschil van 12.000 euro.

De Europese industrie kan zich dus niet uitsluitend achter invoerheffingen verschuilen. Als Chinese merken bovendien auto’s in Europa gaan bouwen, kunnen ze een deel van die heffingen vermijden. De echte uitdaging voor Europese fabrikanten is daarom hun productiekosten structureel te verlagen, zonder hun technologische voorsprong verder te verspelen.

Dit artikel is eerder verschenen in het AD.

Delen: