De vrachtwagenindustrie bevindt zich in een spagaat tussen strenge Brusselse klimaatwetgeving en de weerbarstige praktijk van de infrastructuur. Om de Europese klimaatdoelen te halen, moet de CO2-uitstoot van nieuwe zware vrachtwagens in 2030 met 43 procent zijn gedaald ten opzichte van het niveau in 2019.
Een nobel streven, maar volgens Daimler-topvrouw Karin Rådström is het in de huidige realiteit nagenoeg onhaalbaar. Volgens haar dreigt Europa het concurrentievermogen van de gehele sector op het spel te zetten, met miljardenboetes en een rem op de logistieke sector tot gevolg.
Om de CO2-doelstelling te behalen, moet in 2030 namelijk zo’n 35 procent van alle nieuw verkochte vrachtwagens in Europa op waterstof of batterijen rijden. De realiteit van vandaag laat echter een gapend gat zien: vorig jaar was slechts 2 procent van de nieuw geregistreerde trucks elektrisch.
Miljoenenboetes bedreigen winstgevendheid
De financiële risico's voor truckbouwers bij het missen van deze doelen zijn astronomisch en kunnen de sector financieel lamleggen. Rådström becijfert dat Daimler voor elk procentpunt dat het de CO2-doelstelling mist, een boete van ongeveer 120 miljoen euro riskeert.
De impact daarvan op de bedrijfsvoering is gigantisch. „Als we de doelstellingen bijvoorbeeld met 10 procentpunten missen, maken we onder de streep praktisch geen winst meer met het segment Mercedes-Benz Trucks”, waarschuwt de topvrouw. Het wegvallen van deze winstmarges zet direct een rem op de broodnodige budgetten voor verdere innovatie en verduurzaming.
Infrastructuur als de grote flessenhals
Voor ondernemers in het transport en de logistiek is de overstap naar zero-emission momenteel vaak nog een te groot risico. Zelfs transporteurs die wél willen investeren in een duurzaam wagenpark, haken in de praktijk af door grote twijfels over de laadinfrastructuur onderweg. „Het grootste probleem blijft de infrastructuur en het opladen”, stelt Rådström.
Daarnaast speelt de Total Cost of Ownership (TCO) een doorslaggevende rol voor het bedrijfsleven. Zolang diesel relatief goedkoop blijft en de aanschaf en het operationele gebruik van een elektrische truck door het gebrek aan snelladers duur zijn, blijft diesel voor veel transporteurs de meest logische en economisch verantwoorde keuze.
Gevaar voor de Europese concurrentiepositie
De waarschuwing van Daimler staat niet op zichzelf, maar past binnen een bredere trend waarin Europese industriële kopstukken uit de automotive- en chemiesector waarschuwen voor „regeldruk zonder flankerend beleid”.
Terwijl de Verenigde Staten met de Inflation Reduction Act (IRA) zware subsidies verstrekken om de transitie te stimuleren, kiest Europa traditioneel voor een aanpak die sterk leunt op restricties en boetes. Daardoor dreigt de marktpositie van Europese truckbouwers ten opzichte van Amerikaanse en Chinese concurrenten te verzwakken.
Rådström dringt er namens de sector dan ook op aan dat Brussel de wetgeving aanpast aan de realiteit. Er moet volgens haar eerst flinke vooruitgang worden geboekt met het pan-Europese laadnetwerk, en de sector heeft simpelweg meer tijd nodig om de transitie op een gezonde en winstgevende manier te kunnen maken. Zonder aanpassingen dreigt de vrachtwagenindustrie – de motor van de Europese interne markt – stil te vallen.
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: