U heeft het vast wel meegekregen: Ruben Brekelmans pleitte er in de Binnenhoflezing voor dat de 5-daagse werkweek opnieuw de norm moet worden, omdat pas afgestudeerden meteen 4 en soms zelfs 3 dagen gingen werken.
„Ik zie jongeren, net klaar met hun studie, zonder kinderen en gelukkig zonder gezondheidsproblemen, die in hun eerste baan al parttime willen werken. Maximaal vier dagen per week, soms zelfs drie. Daar redden we het dus niet mee’’, aldus de VVD-fractievoorzitter van de Tweede Kamer.
Waar niet lang geleden vrouwen met name werden opgeroepen meer uren te werken met de campagne ‘Wil je meer werken, laat het merken’, uit maart 2023, zijn de pijlen nu gericht op jongeren die niet genoeg zouden werken.
Het zijn de twee ideale zondebokken die de schuld krijgen van de krapte op de arbeidsmarkt, maar wat blijkt: jongeren van nu werken al meer dan vroeger.
De 5-daagse werkweek is niet meer van deze tijd
Zoals je weet, houd ik mij al enige tijd bezig met dit onderwerp. Wat mij opvalt aan de discussie rond de werkweek, is dat we de werkweek zelf niet kritisch bekijken.
De 5-daagse werkweek en de 8-urige werkdag stammen uit een tijd waarin de man de kostwinner was en iemand thuis alles draaiende hield. Terwijl we ook weten dat een groot deel van die tijd opgaat aan ‘leeg werk’. Werk en tijd die niet bijdragen aan het uiteindelijke resultaat.
Lees ook: Wat als we afspreken dat er na de vakantie één vergadervrije dag per week komt?
Meer werken vs. maatschappelijke taken
Het klinkt dan redelijk dat je mensen die net zijn afgestudeerd oproept langer te werken. Ze hebben immers nog geen gezin en zorgtaken zijn nog beperkt (al zijn er steeds meer jongeren die ook al mantelzorger zijn).
,,Bijna driekwart van de Nederlandse bevolking heeft werk. Er wordt veel parttime gewerkt, maar als je wilt dat mensen fulltime gaan werken, gaat dat ook ten koste van andere dingen, zoals mantelzorg of vrijwilligerswerk’’, vertelt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS.
“Een groot deel van je tijd gaat op aan ‘leeg werk’. ”
Louis Goulmy
Waarom jongeren anders naar werk kijken
Maar we zien juist onder jongeren van 20 tot 30 jaar een toename van mentale problemen. Onzekerheid, vooral over vaste contracten en het krijgen van een huis, maakt hen kwetsbaar. Wat voor anderen vanzelfsprekend is, is voor deze groep niet vanzelfsprekend.
Het is niet voor niets dat de gemiddelde leeftijd waarop mensen een gezin stichten stijgt en de geboortecijfers dalen.
Bovendien neemt het belang van werk, en dat is van alle tijden, toe naarmate we ouder worden en later neemt het weer af. Dit maakt dat later geborenen altijd als minder werkbereid worden gezien. Het afgeven op de ‘generatie’ onder je, is dan eigenlijk een signaal dat je ouder wordt en in een andere levensfase zit, wat het contrast groter maakt.
Meer vrije tijd maakt gelukkiger dan meer salaris
Koppel hieraan dat we als maatschappij anders naar werk zijn gaan kijken: we willen betaald en onbetaald werk gelijkwaardiger verdelen en vinden een betere werk-privébalans steeds belangrijker. Dat geldt niet alleen voor jongeren. En zo blijkt: we worden gelukkiger van meer (vrije) tijd dan van meer salaris.
Al denken we soms het tegenovergestelde: Daniel Kahneman noemt dit de focusing illusion. Dat zien we ook terug in de nieuwe looneisen van de vakbonden, die tussen 3 en 5,5 procent liggen, waarbij arbeidstijdverkorting vaak het onderspit delft. Terwijl het verminderen van tijdsarmoede kan bijdragen aan een hogere productiviteit en een betere gezondheid. Niet langer, maar korter werken kan helpen het volledige arbeidspotentieel in Nederland beter te benutten.
Terug naar de lezing van Brekelmans: hij riep ook op iets te doen aan het aantal mensen met een werkloosheids-, bijstands- en arbeidsongeschiktheidsuitkering en werken weer te laten lonen, al betwijfel ik of Brekelmans pleit voor een hogere belasting op vermogen in plaats van op arbeid.
Voorstander van basisinkomen
Het is een van de redenen dat ik voorstander ben van een basisinkomen, of zoals het Instituut voor Publieke Economie het in zijn rapport ‘Einde van de toeslagen’ noemt: een inkomensonafhankelijke huishoudbijdrage.
Het maakt dat mensen naar vermogen en wens kunnen werken en er geen financiële of psychologische belemmeringen zijn om dat ook te doen. Onderzoek van de Universiteit Leiden toont aan dat ons voorwaardelijke uitkeringssysteem passiverend werkt. Dit komt mede door verliesaversie: de angst om iets te verliezen is groter dan de wens om er iets bij te krijgen.
Wel blijkt het voorwaardelijke uitkeringssysteem een negatief effect te hebben op zoekgedrag naar werk en inspanning. ,,Zodra je een situatie hebt waarin je je uitkering verliest als je gaat werken, werkt dat demotiverend’’, zegt LU-onderzoeker Erik de Kwaadsteniet. ,,Dat zag je in bijna alle experimenten terug.’’
De 5-daagse werkweek en de 8-urige werkdag zijn voorbeelden van de ideale werkersnorm: iemand die altijd beschikbaar is en geen zorgtaken heeft voor een ander of zichzelf. Terwijl we juist zien dat korter werken de arbeidsproductiviteit, de waarde per gewerkt uur, verhoogt, het verzuim vermindert, het verloop verlaagt en gendergelijkheid vergroot, wat economisch gezien ook niet geheel onverstandig is.
Uit een analyse in opdracht van ABN AMRO bleek dat het bruto binnenlands product (bbp) met maar liefst 10,8 miljard euro per jaar stijgt wanneer mannen 17,1 procent minder en vrouwen 25,9 procent meer betaald werk verrichten. Dat zou neerkomen op 1.000 euro per persoon per jaar.
Waarom een verplichte 5-daagse werkweek mensen kan laten uitvallen
Door de norm weer op vijf dagen te stellen, zijn er juist mensen die daaraan niet kunnen voldoen. We leggen daarmee de lat simpelweg te hoog, waardoor mensen niet aan de norm kunnen voldoen en uiteindelijk uitvallen. Met als resultaat dat er niet minder, maar juist meer mensen aan de kant staan.
Het pleidooi van Brekelmans kan dan aantrekkelijk klinken, maar is vooral een schoolvoorbeeld van status-quobias. Dat is de psychologische neiging om de status quo te handhaven en verandering te vermijden, zelfs als alternatieven objectief gezien beter of voordeliger zijn. Het voedt vooral het onderbuikgevoel dat de jeugd van tegenwoordig niet meer wil werken en dat we de krapte op de arbeidsmarkt oplossen door allemaal wat meer te gaan werken.
Maar zoals de experts zeggen: de praktijk is weerbarstiger.
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: