Met haar bakfiets komt Judith Noordzij midden op de dag aangefietst voor het AD-interview in Gouda. Ze woont sinds anderhalf jaar met haar gezin in de stad. Voor ze een gemberthee bestelt, spreekt ze via de deurbel met een bezorger die een pakketje komt brengen. Het zijn producten die ze via haar Instagram gaat promoten. Het is een groot contrast met haar vorige leven.
Hoe ben je ooit op de Zuidas terechtgekomen?
„Na de middelbare school besloot ik om rechten te studeren. Ik dacht: met rechten kan je nog veel kanten op. Ik verhuisde van het Gooi naar Groningen en werd opgeslokt door het studentenleven.”
„Ik ging bij studentenvereniging Vindicat en daar gold – en daar deed ik zelf ook aan mee – dat je altijd voor het hoogst haalbare moest gaan. The sky is the limit. Een goed cv bouwen was het allerbelangrijkste. Binnen de advocatuur was de Zuidas het summum. Dus vanaf dat moment was dat mijn doel.”
„Ik heb me toen nooit meer afgevraagd of ik dat echt wel wilde en of dat bij mij paste. Ik ben gewoon als een gek gaan werken om dat doel te bereiken. Een commissie hier, bijbaantje daar: alles om zo’n perfect mogelijk cv te hebben. En dat lukte me aardig. Ik werd op mijn 25ste binnengehaald door een groot advocatenkantoor op de Zuidas.”
Maar je vond je werk als advocaat niet leuk?
„Toen ik daar eenmaal werkte, was het gewoon heel zwaar. Ik begon om half 9 aan mijn dag en zat dan gemiddeld tot 9 uur ’s avonds op kantoor. En je werkte vaak ook één dag in het weekeinde.”
„Mensen die daar rondlopen of partner zijn – en dat bedoel ik niet negatief – zijn knettergek, haha. Zij zijn áltijd aan het werk en vinden hun werk ook echt leuk. Als ik ’s ochtends mijn BlackBerry opende, had ik ’s nachts e-mailtjes gehad. En zij verwachtten die inzet ook van de mensen onder zich.”
„Dan moet je héél goed zijn in het werk of het echt leuk vinden om dat vol te houden. En dat vond ik niet. Ik vond het toch niet interessant genoeg en was niet gepassioneerd. Ik hoorde weleens dat het leek alsof ik de kantjes ervan afliep. Bovendien vond ik de onvoorspelbaarheid ook zwaar. Ik wist bijvoorbeeld nooit of ik ‘s avonds naar een etentje kon.”
Dat leven heb je toch twee jaar en tien maanden volgehouden. Wanneer kon je niet meer?
„Ja, uiteindelijk stortte het kaartenhuis in en kreeg ik een paniekaanval op kantoor. We hadden die donderdag net een hele grote deal afgerond, een overname. Daar hadden we dag en nacht aan gewerkt. Het was een uitputtingsslag voor het hele team.”
„We hadden zelfs vrijdag en het weekeinde vrij gekregen om op te laden, dat voelde als vakantie. Het was mijn stip op de horizon. Ik had ook niets gepland, waarschijnlijk voelde ik onbewust aan dat ik rust moest hebben.”
“Ik dacht eerst dat ik gewoon heel moe was, maar ik gleed alleen maar verder af”
Judith Noordzij
„Die avond was ik op mijn kantoorkamer mijn tas aan het inpakken, toen de partner voor wie ik werkte euforisch de kamer binnen kwam lopen. Hij zei: ‘We gaan nog niet naar huis, er is iets nieuws binnengekomen. We kunnen meteen door.’ En hij was daar oprecht blij mee.
„Maar ik kreeg één grote error en viel hyperventilerend op de grond. Ik zei dat ik door mijn rug ging, maar ik was gewoon in blinde paniek. Ze hebben mij toen in een taxi gezet en zeiden: ‘Ga maar slapen en kom maar terug als je uitgeslapen bent.’ Maar ik ben nooit meer teruggekomen.”
Wist je al in de taxi dat je een burn-out had en daar niet meer terug zou keren?
„Nee. Dat besef kwam pas later. Ik dacht eerst dat ik gewoon heel moe was, maar ik gleed alleen maar verder af. Na een week kwam mijn moeder langs en zag ze hoe slecht ik eraan toe was. Zij nam me mee en toen ben ik weer een paar maanden bij mijn ouders gaan wonen. Na een gesprek met de huisarts besefte ik dat ik een burn-out had.”
„Ik dacht: ‘Ik heb mezelf dit aangedaan en dit ga ik mezelf nooit meer aandoen.’ Dus teruggaan was geen optie. Ik denk sowieso dat mensen beter niet terug kunnen keren naar de plek waar ze een burn-out hebben gekregen. Ik denk dat het beter is om eerst ergens anders te leren weer belastbaar te worden en het dan later weer op de oude plek te proberen. Maar helaas is het stelsel zo ingericht.”
Hoe maakte jij de stap van advocaat naar influencer?
„Het begon toen ik ongeveer een jaar was uitgevallen, dus nu ruim tien jaar geleden. Ik kreeg steeds – heel lief – appjes van familie en vrienden die vroegen hoe het met mij ging, maar ik werd daar op een gegeven moment helemaal gek van. In mijn hoofd lukte het gewoon niet om op iedereen te antwoorden.”
„Ik had toen ook net een openbaar Instagramaccount aangemaakt. Ik dacht: ‘Als ik daar deel hoe het met mij gaat, kan iedereen dat in één keer lezen.’ Maar omdat mijn profiel openbaar was, kreeg ik ook ineens allemaal volgers die ik niet kende.”
Vond je dat niet heftig dat vreemden konden meelezen hoe het met je ging?
„Nee, ik vond dat dus juist heel leuk. Ik deelde bijvoorbeeld als ik een keer had hardgelopen en hoe het mentaal ging. In die tijd werd er op sociale media nog heel weinig over mentale gezondheid gepraat, dus ik kreeg heel veel lieve en bemoedigende reacties. Mensen vonden het fijn dat ik erover praatte.”
„Dus ik bleef daar constant dingen delen, ook toen ik weer een baan kreeg. Ik ben in hr gaan werken voor een bedrijf met een sportapp. Hier ontdekte ik dat je je baan gewoon leuk kunt vinden en maandagochtend met plezier naar je werk kunt fietsen. Ik dacht dat iedereen het een hel vond om naar kantoor te gaan.”
“Elk jaar neem ik een reflectiemoment om te kijken of ik nog blij word van wat ik doe”
Judith Noordzij
„Op een gegeven moment kreeg ik via mijn Instagram verzoeken voor lezingen over burn-outs en hoe je die voorkomt. Dat vond ik leuk en interessant. Ik schreef me in bij de Kamer van Koophandel en dat groeide. Uiteindelijk heb ik mijn baan opgezegd en me daar volop op gestort. Ik hield lezingen en af en toe kreeg ik een koptelefoon opgestuurd die ik dan moest promoten. Zo startte ik als influencer.”
Ben je niet bang dat je ooit minder relevant wordt en je dit werk niet meer kunt doen?
„Nee, dat valt wel mee. Dan vind ik wel weer wat anders om te doen. Ik ben nu tien jaar actief en in die tijd ook veranderd. Elk jaar neem ik een reflectiemoment om te kijken of ik nog blij word van wat ik doe.
„Zo merkte ik tijdens de zwangerschap van mijn eerste dochter in 2022 dat ik een beetje moe werd van het hele burn-outverhaal. Ik vond het eigenlijk veel belangrijker om de boodschap te verkondigen dat je überhaupt goed voor jezelf moet zorgen en bijvoorbeeld lekker de natuur in moet gaan om te wandelen.”
Op je Instagram deel je nu veel foto’s van jou wandelend in de natuur. Waarom is wandelen zo belangrijk?
„„Wandelen is altijd al een belangrijk thema voor mij geweest, omdat het goed is voor lichaam en geest. Door te wandelen vertraag je, daalt je hartslag en komt je brein tot rust. Als je een drukke baan hebt, is het goed om twee keer per dag even een halfuur te gaan wandelen. Ik wandel elke dag anderhalf uur.”
„Je leert je ook te verwonderen, zo ben ik de seizoenen veel meer gaan waarderen. Je wordt dan ook niet zo depressief meer als de herfst begint, want je ziet hele mooie kleuren.”
„Het toppunt van mentaal tot rust komen door te wandelen vind ik een huttentocht. Dan sta je ’s ochtends op en is je enige doel van die dag om bij de volgende hut te komen. Inmiddels organiseer ik samen met een reisorganisatie zelf huttentochten voor vrouwen rond mijn leeftijd.”
Niet iedereen kan influencer worden als diegene zijn of haar baan niet meer ziet zitten. Wat is jouw boodschap aan je bijna 73.000 volgers?
„Nee, dat klopt. Ik denk dat mijn grootste boodschap is dat je moet kijken wat je graag wilt veranderen én dat je het heel klein moet houden. Niet in alles-of-nietsdenken vervallen. Ga niet opeens vijf keer in de week sporten, maar begin met een kwartiertje per week. Het is altijd beter dan niets en na een tijdje zul je zien dat je zin hebt in nog een kwartiertje.”
„Daarnaast is het ook goed om wat vaker ‘nee’ te zeggen en voor jezelf te kiezen. Daardoor krijg je ruimte in je agenda en kun je opeens wél een kwartier per week vrijmaken.”
„Dat voor jezelf kiezen belangrijk is, merk ik ook tijdens de huttentochten. Tussen de deelnemers zitten vaak moeders voor wie het de eerste keer in jaren is dat ze écht iets voor zichzelf doen. Er wordt vaak wat afgehuild, omdat ze merken dat dat hen zo goed doet. Volgend jaar mei breng ik een boek hierover uit, over hoe belangrijk het óók als moeder is om goed voor jezelf te zorgen en hoe je dat doet.”
Ben je nog weleens bang dat je weer een burn-out krijgt?
„Het is nog steeds zoeken naar een balans, want soms plan ik het te druk en dan weer te rustig. Maar ik heb nooit het gevoel dat het weer mis kan gaan. Bovendien is het ook niet erg om soms druk te voelen. Als je maar weet waar het vandaan komt. Een drukke agenda is nu écht mijn eigen schuld. Ik heb zelf de touwtjes in handen.”
„Daarnaast weet ik ook waardoor het is misgegaan. Het werk paste niet bij mij. Dus dat wil ik nooit meer. En als ik daar maar voor blijf zorgen, dan blijft het goed gaan. Daar heb ik wel vertrouwen in.”
Tekst: Babette Turkenburg/AD.