‘Krijg toch allemaal de klere. Val voor mijn part allemaal dood.’ Als het beroemde lied van Ciske de Rat op de radio langskomt, mag ik het refrein graag uit volle borst meezingen. Danny de Munk was als dertienjarige acteur en zanger een fenomeen. In zijn vertolking van het straatschoffie was hij zowel brutaal als ontroerend. Was het allemaal even politiek correct wat daar in de film over tafel ging? Nou nee, niet bepaald. Was het uit het leven gegrepen? Absoluut, geen twijfel mogelijk.
Gelekte appjes van ministers
Ik moest aan Danny en zijn iets te grote pet denken toen ik recent zat te kijken naar de corona-verhoren in Den Haag. De parlementaire commissie, die graag iets wil leren van die ingrijpende periode, leek het nuttig om het nodige app-verkeer van enkele ministers in die jaren openbaar te maken. Met name Ferd Grapperhaus en Hugo de Jonge kwamen daaruit naar voren als een soort Haagse Ciske de Rat.
Zo liet Grapperhaus zich in een appje aan De Jonge nogal laatdunkend uit over Arie Slob. Zijn collega van Onderwijs werd aangeduid als 'een soepjurkje' en 'een jankerd''. Hubert Bruls, de burgemeester van Nijmegen, kon 'de ziekte krijgen'.
'Ruk', appte De Jonge over een aankomend debat in de Eerste Kamer. Grapperhaus schreef bij een ander debat in de Eerste Kamer dat hij ‘diepe minachting’ had voor ‘deze geriatrische beunhazerij’.
Sappige citaten die het beeld bevestigden dat het ‘kernteam’ van ministers onder grote druk opereerde. En soms recht tegenover andere hoofdrolspelers stond, ook binnen het kabinet.
Lees ook: ‘Hypocrisie is de doodsteek voor je geloofwaardigheid’: Rob Huisman over de val van Ali B
Emoties bij bestuurders onder druk
De ophef in de media over de geciteerde appjes was enorm. Iedereen vond er wat van. En de overgrote meerderheid van zowel de deskundigen als de man cq. vrouw in de straat sprak haar afkeuring uit.
Ik las en hoorde veel morele verontwaardiging. En hoewel daar genoeg voor valt te zeggen en Grapperhaus en De Jonge met hun schrijfsels allesbehalve in aanmerking komen voor de P.C. Hooft-prijs, verraadt al die kritiek in mijn ogen ook de nodige naïviteit en een gebrek aan inlevingsvermogen voor bestuurders die onder grote druk moeten functioneren en besluiten moeten nemen.
In mijn werk als bestuursadviseur word ik vaak aan boord gevraagd als er ergens een serieus probleem opduikt. Een issue waarbij de belangen groot zijn en niet zelden het voortbestaan van een organisatie in het geding is.
De druk van die verantwoordelijkheid kan, zo zie ik telkens weer, immens zijn. En bestuurders zijn, dat wordt vaak maar al te gemakkelijk vergeten, ook gewoon mensen. Geen supermensen, nee gewoon schepsels van vlees en bloed. Die boos, verdrietig of moedeloos kunnen worden. Emoties die in de regel binnenskamers blijven.
“Een incidentele huilbui, een gesprek met stemverheffing of een enkele keer een slaande deur; in een boardroom komen ze net zo goed voor als in een huiskamer”
Rob Huisman Bestuursadviseur
Het uiten van emoties op de werkvloer
Het niet onder ogen zien van emoties, bij jezelf en bij anderen, en het niet bespreekbaar maken van die emoties is één van de grootste valkuilen voor leidinggevenden. Ik ben in de loop der jaren veel meer op mijn hoede geraakt bij managers en bestuurders die hun emoties niet uiten en er niet over willen praten, dan bij degenen die dat wel doen.
Een incidentele huilbui, een gesprek met stemverheffing of een enkele slaande deur: in een boardroom komen ze net zo goed voor als in een huiskamer. Zolang het niet structureel is, hoef je niet meteen de noodklok te luiden over psychologische veiligheid als iemand emotioneel wordt. Ja, het kan soms onaangenaam zijn en een enkele keer meer dan dat, maar je hoeft het je niet persoonlijk aan te trekken.
Voor mensen die hier toch wakker van liggen, grijp ik graag terug op een uitspraak van Eleanor Roosevelt, misschien wel de meest inspirerende first lady in de geschiedenis van de VS: ,,No one can make you feel inferior without your consent.”
Deze oneliner raakt volgens mij de essentie van omgaan met mensen die verbaal uit de bocht vliegen. Een ongepaste opmerking of een belediging zegt meestal meer over de afzender dan over degene die beschimpt wordt.
Lees ook: Deze 5 uitspraken kun je als leidinggevende beter niet over jezelf doen
Zoek een externe vertrouwenspersoon
Voor leidinggevenden is het zaak om een gepaste uitlaatklep te vinden voor hun spanning en bijkomende emoties, dus niet op het werk. Je kunt, dat zeg ik er maar meteen bij, daarmee ook je huisgenoten niet belasten. Als je thuiskomt zit niemand erop te wachten om als een soort levende klaagmuur jouw verhalen aan te moeten horen. Mijn advies: zoek daarvoor een externe vertrouwenspersoon, een professional die snapt wat je doormaakt en bereid is om als luisterend oor te dienen.
Ik heb jarenlang een CEO van een AEX-fonds als klant gehad, die onder enorme druk moest werken. Om met die stress om te gaan had hij een vast wekelijks ritueel. Elke woensdagochtend ging hij eerst een flink end hardlopen. Daarna kwam hij, fris gedoucht en lichamelijk lekker afgemat, bij mij koffie drinken. Een meeting zonder agenda. Gewoon om zijn hart te luchten, zijn twijfels te uiten en zijn gedachten te scherpen. „Ik voel me elke woensdagmiddag als herboren. Zo kan ik er weer een week tegenaan”, beschreef hij dat ritueel.
Waarom je beter niet digitaal kunt ventileren
Wat sowieso geen goed idee is, is om je emoties op een scherm de vrije loop te laten. Appjes, mailtjes en alle andere vormen van digitale communicatie blijven bewaard en kunnen bovendien uitlekken. Voor je het weet lezen er vreemde ogen mee. En voor een lezer die de betrokkenen niet kent en de spanning van een crisissituatie niet aan den lijve heeft ondervonden, kunnen bepaalde uitspraken al snel als ongepast of zelfs bedreigend overkomen. Op het begrip en de sympathie die Ciske de Rat met zijn straattaal oogstte hoef je als leidinggevende vandaag de dag niet te rekenen.
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in en win een robot!