De vergeten strijd achter de havercappu
1 mei, een koffiebarretje in Amsterdam-Oost. Binnen en buiten zit hip spul dat druk doet op een laptop. Op het terras twee dertiger-vriendinnen. Op hun tafeltje een havercappu en een dirty chai. In hun handen hun telefoon.
Of ze weten wat voor dag het vandaag is? Ze kijken elkaar even verbaasd als giebelig aan. „Iets met de oorlog of zo”, probeert de een aarzelend. „Nee joh, vast iets met Jezus, want ja, er is altijd wel iets met Jezus.”
Van de Dag van de Arbeid hebben ze nog nooit gehoord. Ook niet dat 1 mei in veel andere landen een vrije dag is.
„Gewoon vrij-vrij? Voor werk? Waar dan? In Frankrijk zeker, daar hebben ze altijd vrij.”
Ze lachen, niet spottend, eerder verbaasd. Een dag vrij om te vieren dat je werkt. Voor hen klinkt het als de ultieme systeemfout in een wereld waarin anderen je identiteit bepalen door hoe drukdrukdruk je het aan de buitenkant hebt.
Bloed, zweet en de achturige werkdag
Wat ze niet weten: alles wat voor hen voelt als een package deal bij hun loonstrookje, daarvoor hebben anderen moeten strijden. Voor de achturige werkdag, voor doorbetaald ziekteverzuim, voor veiligheid op de werkvloer, voor het vrije weekend. Afgedwongen met bloed, zweet en stakingen. Te beginnen op 1 mei 1886.
Een flashback naar Amerika. 130 jaar geleden. Arbeiders draaien dagen van tien tot soms veertien uur. Genoeg, besluiten vakbonden. Acht uur werken, acht uur rust, acht uur leven. Op 1 mei valt het land stil als werkgevers niet met hun eisen meegaan, dreigen ze.
Werkgevers halen meewarig hun schouders op. Het gevolg: 300.000 tot 500.000 arbeiders gaan de straat op. Zo’n massale mobilisatie, nee, dat is nog nooit eerder vertoond.
De datum 1 mei is geen toeval. In veel sectoren lopen contracten tot eind april. Wie staakt, zet direct druk op de nieuwe afspraken. En het is voorjaar. Geen kou die mensen binnen aan de houtkachel houdt. Geen oogst die mensen op het land bindt.
Chicago is een van de brandpunten. Een paar dagen later ontploft daar letterlijk een vreedzame demonstratie. Met een bom. Waarna een soort ICE avant la lettre het vuur opent op de betogers. Op straat liggen tientallen doden en gewonden. Drie jaar later besluit de internationale arbeidersbeweging 1 mei als datum vast te leggen. Als de dag dat arbeiders opstaan voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden.
Polderen tot we erbij neervallen
In Nederland halen we over al die drukte onze schouders op. Niks geen vrije dag, gewoon aan de slag. Opstaan tegen de mond die je voedt, nee, dat hoort niet. ‘Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die boven hem gesteld zijn’ (Romeinen 13:1).
Wij kennen dan ook geen sterke revolutionaire arbeidersbeweging zoals Frankrijk of Duitsland. Wij strijken onrust op de werkvloer polderglad met broodjes kaas en kopjes koffie. 1 mei doet ons vooral denken aan dat jaarlijkse relfeestje in Berlijn. Daar raken onze Oosterburen minstens zo opgewonden van als wij van Koningsdag. Niet met oranjebitter en oranje banieren, maar met stenen en rode vlaggen.
Dus kabbelen we in ons land het hele jaar gedwee door. Met elke dag Teams-meetings waarin niemand luistert, Slackjes die blijven pingen, deadlines die nooit verdwijnen, KPI’s die weer omhoog moeten en je langzaam leegtrekken, maar gelukkig, op donderdagochtend wacht een workshop werkgeluk.
Alsof dat iets oplost, nee, integendeel. Meer mensen zitten afgefakkeld thuis. Velen vereenzamen op het werk omdat niemand ze ziet, hoort of waardeert. Personeelsmanagers bezien ze als functies en human resources. Leidinggevenden als tools voor hun eigen succes.
Met daaronder de dreiging van AI, dat als een razende Pac-Man functies opvreet en ongeruste jongeren en ouderen slapeloze nachten bezorgt, en richting voedselbanken en gaarkeukens jaagt.
Lees ook: Wat als iedereen zelf kan kiezen om met Pasen en andere feestdagen vrij te zijn?
Tijd om weer lastig te worden
De politiek? Die staat erbij en kijkt ernaar. In Den Haag gaat het over migratie, klimaat en stikstof, maar niet over de hoeveelheid zuurstof die langzaam uit de arbeidsmarkt verdwijnt.
Werk is niet langer een zekerheidje. Alles waarvoor onze voorouders hebben gevochten, het voelt als normaal. Maar dat kan overmorgen of volgende maand zomaar anders zijn. En van werkgevers en de politiek hoeven we weinig steun te verwachten.
Daarom is het misschien de hoogste tijd dat werknemers weer een beetje lastig worden. Dat ze op 1 mei massaal van hun terrasjes opstaan. Hun havercappu en dirty chai inruilen voor viltstiften en vuisten. Niet om te zeuren, maar om zichtbaar te zijn. Voor hun werkgevers.
Thuiswerken maakt medewerkers anoniem en reduceert ze tot loonstrookjes. En dat maakt het nog makkelijker ze te vervangen. Want ja, robots hebben geen burn-outs, kennen geen zwangerschap of zwijgverzuim en doen geen huilie huilie als je iets te hard tegen ze praat.
1 mei. De Dag van de Arbeid. Ga die opeisen. Voordat het werk zelf verdwijnt. Ontwaakt.
Ontvang elke week het beste van BusinessWise in je mailbox. Schrijf je hier nu gratis in: